
Achterzijde Agatha Dekenstraat 12, het pand naast
de woning van Marja.
Hoe vervelend die situatie is horen we van één van hen, Marja van Rijn:
" Ik had niet gedacht dat ik zó zou worden,
zó angstig ben ik. Het pand naast me is al gedeeltelijk gesloopt, evenals
sommige andere panden. De puinhoop is verschrikkelijk en je kan er zo in: het is
niet behoorlijk afgesloten. Er wordt van alles geraust. De woning beneden mij is
dichtgetimmerd en soms beuken ze op mijn deur om bij ons ook binnen te komen.
Zelfs 's nachts lopen ze met zaklantaarns door de puinhopen. Als ik de
politie bel komt die wel na een tijdje, maar als die weer weg is, zit ik weer
met de ellende: het blijft slecht afgesloten.
Vorige week Zaterdag waren ze via het halfgesloopte pand naast me op mijn zolder
gekomen. Als je dat niet in de gaten hebt of je bent er niet, ben je al je
spullen kwijt. Ik doe geen oog dicht 's nachts. Ik ben vreselijk bang dat de
boel de fik in gaat, het is heel brandgevaarlijk. En we hebben geen
vluchtmogelijkheden. Voor we naar bed gaan leggen we het touw klaar om bij brand
naar beneden te kunnen. Her en der hebben we de duurdere spullen en die waaraan
we gehecht zijn elders ondergebracaht.
Van deze zenuwentoestand is mijn kind ook de dupe.
Als mijn man naar zijn werk is val ik pas in slaap. Ondanks deze toestanden
krijgen we maar geen wisselwoning. We worden zoet gehouden met: "U bent een
s.o.s.-geval en staat boven aan de lijst" maar er komt geen woning. De
toestand is slecht, wanneer verandert dat nu eindelijk ?
Het is duidelijk dat sociale begeleiding bij zo'n ingreep noodzakelijk is, maar
daar schieten de instanties duidelijk in te kort.