Werkgelegenheid toen en nu.....           

Als een soort aanvulling van het interview, waarvan het verslag in de vorige Havelaar stond nemen wij nu eens een geheel ander onderwerp ter vergelijking:

Wij gaan eens een dagje op reis en stappen op de tram. Door de conducteur worden wij naar binnen geholpen. Op zo'n klein tramstel van die jaren stonden de bestuurder en twee conducteurs. Nu met een veelvoud aan passagiers is daar alleen een bestuurder in zijn cabine.
In het Centraal Station staan bij de vier doorgangen elk twee kaartjes controleurs met kniptang. (Nu zijn deze controle's reeds lang verdwenen.) Op de perrons lopen de AKO-jongens luid "Haagse Post" te roepen, rijden sierlijke consumptie-wagentjes rond en dragen de vele "witkielen" de bagage voor de reizigers. (Nu zijn al deze hulpverleners verdwenen).
Tegen de vertrektijd van de trein komt de perronchef de conducteurs assisteren met het sluiten van de vele coupé-portieren en heft zijn "spiegel-ei" ten teken van vertrek. (Nu is die chef verleden tijd, blaast de conducteur een "roller" op zijn fluitje en sluit de machinist alle portieren tegelijk, door één druk op de knop.)
Zo een stoomtrein had een bagagewagen (meestal) een postrijtuig en wagons voor 1e, 2e en 3e klas passagiers. Op de locomotief stonden machinist en stoker. In zijn compartiment zat de treinchef en verdeeld over de wagons deden conducteurs hun werk.
De sorteerders in de postwagon behandelden inkomende en uitgaande brieven en pakketpost. Totaal zo'n acht tot tien man. (Nu alleen machinist en conducteur). Op het doel van onze reis aangekomen stapten wij uit op een bemand en vriendelijk dorpsstationnetje. (Nu is dit of opgeheven of bestaat uit een kil-lege en bebouwde halteplaats.) De overwegen van betekenis waren allen bewaakt (Nu hooguit AHOB). Ook het toen veel voorkomende "Trein stopt op verzoek" komt U nu niet meer in het spoorboekje tegen. Voor die gemoedelijkheid is nu geen plaats meer.

Terug in Amsterdam zien wij het grote rangeerterrein de "Rietlanden" volop in gebruik. (Nu overbodig en leeg). Dan rijden wij langs de Handelskade, zien de K.H.L. (Koninklijke Hollandsche Lloyd) en daarachter My-Oceaan, de K.N.S.M. (Koninklijke Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij), de H.W.A.L. (Hollandsche West Afrika Lijn), de K.P.M. (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij) even later de Mij Nederland en de H.S.M.-stoomboten (Hollandsche Stoomboot Maatschappij).
Aan de overkant van 't IJ heerst grote bedrijvigheid in de dokken van de A.D.M. en ook op de Scheepswerf Verschure wordt geklonken, terwijl daarachter de Kromhout-fabriek scheepsbussen- en vrachtauto's- motoren maakt.


Nog juist vangen wij een blik op van de Machine Fabriek du Cro en Brauns, de Confectiefabriek Hollandia-Kattenburg (Falcon-jassen) en de geweldig levendige de Ruyterkade met zijn vele stoom- en motorbootrederijen, o.a. van Es en van Ommeren. (Nu anno 1983 is ALLES verdwenen.

O, zeker, de havenwerkzaamheden zijn naar het Westelijk Havengebied verplaatst, maar de zo bekende namen van al die echt Nederlandse Rederijen zijn verdwenen, zij bestaan niet meer. Voor ons, oude Amsterdammers, waren alleen al de letters en afkortingen een begrip. Voor de jonge generatie zeggen zelfs de volledige namen niets maar dan ook in het geheel niets.
Kortom, de crisis van toen was een geheel andere malaise dan de crisis van nu.

Terug.