Wat en Wie er zo al aan de deur kwamen.       

's Morgens vroeg een héél korte bel, ha de post, vlug ophalen....
Even later weer gebel: "Skille" de schilleboer voor het dagelijkse ophalen van het keukenafval. Vlak daarop komt de melkboer zijn litertjes over alle etages uitschenken, huis aan huis, drie trappen op en drie trappen af, zijn gehele leven lang.
't Is Maandag, dus  dan komt "statig" onze huisbaas zijn f..4,90 ophalen en gelijk eens wat "rondgluren" of alles bij het oude gebleven is...  Weer gaat de bel. Door het trappenhuis klinkt de roep: "Nog levendige schol nodig?!" Dus de Volendammer botboer staat voor de deur. Hij is nog niet weg of de Scheveningse haringvrouw komt, getooid in haar klederdracht, met de Hollandse-Nieuwe in emmers aan een schouderjuk de bellen indrukken. Bij een klant laat zij zich op de knieën zakken, het juk schuin op de rug en op een plankje wordt dan het zeebanket schoongemaakt à 6 cent per stuk.
Nu komt een sierlijk postrijtuig de straat inrijden om pakketten en grotere stukken af te leveren, (waarna in de loop van de dag NOG een postbestelling volgt en dat voor de porto-prijs van anderhalve cent per ansichtkaart en tien cent voor een brief van buiten de stad, acht cent binnen de stad.)
Dan komt de gasman de penningen uit de meter halen, waarna je ook nog op de komst van de electrameterlichter kan rekenen. Deze opent het hangslot van de geldbak en haalt daar de kwartjes uit.
Na wat paardegetrappel hoorde men de kreet "èrpelman", welke op zijn wagen een assortiment daarvan had liggen, maar ook rode- en savooiekool, wortelen, uien en zuurkool.
Een volgend paard en kar, begeleid door een struise vrouw, welke met luide stem riep: "Vier blomkole één kwartje". Een veel rustiger (oude) vrouw volgde daarop. Zij duwde een handkarretje voort, waarop een vat met peterolie lag, waarop "De Automaat" geschilderd stond. Voor 3 cent per kan (liter) scharrelde zij zo haar kostje bij elkaar.
Nadat ook de schoenlapper de gezoolde stappers had afgeleverd, gooide hij de blauwe zak met schoenen over zijn schouder en vervolgde de bezorgroute. Daarna kwam de bode van het ziekenfonds zijn centen ophalen en de kaart stempelen. Dat deed ook zijn collega van het "dooienfonds". welke bedrijfstak nog een taak had, meestal uitgeoefend door een barbier als bijverdienste. Deze kwam in het zwart gekleed in een jas met "staldeuren" en een steek op het hoofd aanbellen met de mededeling: "Heden is overleden die en die, de begrafenis zal plaatshebben dan en dan op die en die begraafplaats.
Om te voorkomen dat men te vroeg uitstapte verzorgde de apotheek zijn pillen en drankjes. Deze werden toen netjes aan huis bezorgd door hun loper, welke die medicamenten zorgvuldig in een hengselmand aan zijn arm droeg.
Ook werd op de bel gedrukt door de man van koffie, thee en cacao, welke zijn waren in een klein model bakkerskar vervoerde.
Maar een bakkerskar zag je weinig in onze buurt, want thuisbezorgen kostte 1 cent per brood extra. Men haalde dit zelf wel in de bakkerswinkel, 14 cent per brood, met een kaartje (honderd kaartjes o.i.d. gaven recht op een Kerst- of Paasbrood).
Bij de Coöperatie in de El. Wolffstraat kon men 's morgens vroeg brood van de vorige dag kopen voor enkele centen minder.
Maar de boot was pas goed aan toen in de loop van de dertiger jaren ee broodoorlog uitbrak. De concurrentiestrijd was hevig en de prijs zakte met de dag. Het hoogtepunt van het laagtepunt bevond zich in Haarlem. Daar zakte de prijs eerst tot 8, later zelfs tot 6 cent. Werkloze steuntrekkers leenden een transportrijwiel met grote mand voorop en fietsten retour Haarlem....Echt gebeurd.
De laatste die aanbelde...
was JUDOKUS met de krant
Die bracht het nieuws uit heel het land.

 

Terug.