

Deze tolbrug (waaraan de Tolbrugstraat haar naam
dankt) was een smalle houten klapbrug, welke alleen toegankelijk was voor
voetgangers en aan de hand geleid vee of paarden.
Per persoon moest aan de tolgaarder/brugwachter 11/2
cent betaald worden. Ook de scheepvaart was
tot "bruggeld" verplicht. Zodra men de brug over was stond men in de
buurtschap "De Baarsjes", welke tot de gemeente Sloten behoorde.
Pas in 1922 werd Sloten bij de gemeente Amsterdam gevoegd.
Dit nu was een graag bezocht gebied waar vooral de Jordaners hun vrije tijd
doorbrachten. Hier stond café "De Drie Baarsjes" met daarnaast een
leuke speeltuin met schommels, wip etc. Achter die dames (lange japon, altijd
een hoed en parasol) is dat etablissement nog juist te zien.
De twee grote raderen zijn een overtoom, dus een overhaal, waarmee de
groenteschuitjes vanuit het polderpeil in het hoger gelegen water van de
Kostverlorenvaart overgetoomd werden.
Vandaar vonden zij hun weg naar de groentemarkt aan het water van de
Marnixstraat/Lijnbaansgracht.
Aan de oever zien we een mestpraam liggen wachten om naar beneden in de tocht
(sloot) getoomd te worden, vanwaar hij langs de tuinderijen van het Slatuinenpad
of naar de Krommert geroeid werd. De mestboer zal wel in het cafétje zitten wat
wij uiterst links op de foto zien. Dit huisje staat er nu nog, heeft het
nummer 133 en staat pal tegenover het Zimmer-terrein.
Als U daar eens gaat kijken en de stenen trap bij de Wiegbrug bent afgegaan,
ziet U rechts van U aan de scheeflopende bestrating de rooilijn van Café
"De Drie Baarsjes" en naastliggende huisjes. Loop dan door, langs 133
tot de hoek van de Slatuinenweg.
Daar ziet U een juweel van een huisje. Dit is nog door de gemeente Sloten
gebouwd en was brandweerpost en politiebureau (veldwachter). De molen op de
achtergrond (een bovenkruier) was de "Simson",
En tot slot, de bouw en het heffen van tol van de brug werden in een octrooi
door Koning Willem I verleend. De sloop vond plaats in 1905, toen de nieuwe
(toen nog smalle) Wiegbrug werd opengesteld..