
Eldert Huis, de zoon, voor zijn woning op no. 69.
Op 16 April wordt Joop Huis, die al jaren in
de Wenslauerstraat woont, 80 jaar. Reden voor de Havelaarkrant om eens een
praatje met hem te maken.
Hij werd als zoon van een kastelein geboren in de Haarlemmermeer. Al op jonge
leeftijd moest hij aan het werk. Joop Huis heeft een aantal jaren op een schip
gevaren, dat kunstmest uit Rotterdam haalde voor de boeren uit de
Haarlemmermeer. Dat was erg zwaar werk. Kunstmestzakken van 100 kilo moest hij
in de boerderijen de trap op dragen. Na een paar jaar deed hij de schuit aan de
kant en ging hij bij een grote kolenhandelaar in Aalsmeer werken. "Als hij 's avonds thuis kwam was
hij zo moe als een hond. Hij moest dan eerst een half uur
uitrusten voor hij kon eten" zegt Eldert Huis, zijn zoon.

Kolen rondbrengen in de strenge winter van 1926.
Hier op de Kleine Poel in
Na de zware kunstmestzakken
de buurt van
Aalsmeer.
werd overgeschakeld naar kolenzakken.
Toen hij het "zat" was in die
"zwarte rommel" kocht hij een oud T-Fordje en werd
expediteur. Dat was in de jaren dertig. Het was toen bijzonder moeilijk je brood
te verdienen. Hij heeft toen van alles vervoerd om het hoofd boven water te houden,
van aardbeien venten tot grind rijden. Ook heeft hij nog zand vervoerd van de
markthallen in Amsterdam naar de Postjesweg voor 40 cent per vracht. In 1936 is
Joop Huis in de Wenslauerstraat komen wonen, eerst op nummer 69 , later op
61.
Enkele huizen aan de overkant hadden toen nog tuintjes, wat van de
Wenslauerstraat een bijzonder smal straatje maakte. Erg was dat niet want de
heer Huis was de enige in de straat die in het bezit was van een auto.
Zijn zoon Eldert is later verhuisd van de Marco Polostraat naar de
Wenslauerstraat nummer 69. Dat pand had hij van zijn vader gekocht.Nu woont hij in
een appartement in Zandvoort.
Toen de oorlog uitbrak kon Joop zijn beroep
blijven uitoefenen omdat hij een kolengenerator achter zijn auto had en een
vergunning van de rijksverkeersinspectie kreeg. Men kan wel zeggen dat hij de
oorlog erg goed doorgekomen is. Soms vervoerde hij tarwe of rogge, wat de mensen
uit de buurt 's avonds bij hem op kwamen halen. In de oorlog heeft hij steeds op het
standpunt gestaan dat je op geld niet zuinig moest wezen, omdat het toch weer
waardeloos wordt en daar heeft hij aardig gelijk in gehad.
Kolengenerator.
Na de oorlog werd hij de baas van het pontje dat toen over de Kostverlorenvaart voer. Een overtocht kostte vijf cent. Omdat er pal na de bevrijding nog maar weinig fietsen waren ging hij als bijverdienste fietsen verhuren. Hij haalde toen de oude fietsen uit de "vuilnisschuit" en knapte ze op. De fietsen verhuurde hij dan voor 15 cent per half uur en een kwartje per uur. Na acht jaar kwam er een eind aan het beroep van pontjesbaas en werd hij heier. Dat heeft hij tot zijn 65e gedaan.
Joop Huis is nu al weer 15 jaar met pensioen en verveelt zich geen moment. Ik knap zo nu en dan nog eens een oude fiets op, niet voor het geld hoor, want dat heb ik niet nodig. Mijn behoeften zijn niet zo groot, want ik ben van de oude stempel en bovendien heb ik een vrouw met gouden handen.,