

Een karretje langs de zandweg reed,
de maan scheen helder, de weg was breed,
de voerman lei ter ruste.
Ik hoop dat die zelf de weg wel vindt
of mogelijk ook daar néééven.
Ik wens je wel thuis m'n vriend, mijn vriend,
Ik wens je wel thuis mijn vriend.
(Kun je nog zingen zing dan mee).
Dit schone lied hetwelk wij ouderen nog in de
schoolbanken geleerd hebben, had voor ons niets beangstigends, want een paard
wist zelf wel de weg naar de stal terug te vinden.
En om nu dicht bij huis te blijven herinner ik mij nog heel goed dat erf met
houten loodsen in de Jan Hanzenstraat. Als zich daarvoor een flink gebouwd
vrouwspersoon met omvangrijke boezem geposteerd had, dan wisten wij jongens hoe
laat het was.
Want als man en paard plus kar uiteindelijk aan kwamen rijden, hing de koetsier
meestal "onbekwaam" op de bok, dit vanwege het te veel genotene. Het
trouwe paard wist zelf wel de weg naar de warme stal terug te vinden zonder
gemend te worden. Nadat her gerei voor de schuttingdeuren tot staan was gekomen
werd de koetsier door vrouwlief van de wagen "afgeholpen".
Al met al kon de wagenvoerder toch niet de door hem reeds aan de kastelein
afgedragen contributie-bijdrage aan zijn ega overhandigen, dus volgden wel enige
rake lik op stuk klappen. Na deze hartelijke ontvangst keerde de rust weer terug
in ons toen nog zo gemoedelijke buurtje.
Nee, ik noem geen namen, wel: "'k Heb mooie blomkole...".
Toen er van een Vereniging voor Veilig Verkeer
nog geen sprake was, laat staan autogordels, valhelmen en kerstboomfietsen,
waren de straten geheel leeg, dus breed en vooral schoon. Het de voerman lei ter
ruste had dus alle ruimte. Met deze voor velen Uwer vreemde inleiding willen wij
toch eens terugzien op het toeristische fenomeen in die jaren.
Wij voelden ons reeds vrij en blij als wij op de fiets via Duivendrecht over de
oude Rijksstraatweg rijdend, het rustige Abcoude binnenreden. Op het terras van
een gemoedelijke herberg werd een verfrissing genoten. Langs Baambrugge en
Loenersloot (Slot 1300) werd het meestal afstappen bij de gesloten
spoorwegovergang of anders wel bij de open brug over het Merwedekanaal, welk
oponthoud altijd een aangename verpozing was.
De fraaie Vecht met de vele landgoederen en oude kastelen begeleide ons tot
Utrecht. Zowel de Lek bij Culemborg, de Waal bij Zaltbommel als de Maas
bij Hedel moesten met pontveren overgevaren worden, want de autoverkeersbruggen
waren niet van node, de wegen waren veilig en rustig, de lucht was helder en
schoon, de bomen fris groen.
Dit was dus het eerste gedeelte van de
vakantie-zwerftocht naar de Belgische Ardennen rondom Verviers. Maar ook een
echt buitenlandse dagtocht behoorde toen tot de mogelijkheden, want de N.S. liet
in die jaren de toen zo bekende
"pleziertreinen" rijden. Voor slechts enkele guldens namen wij dan een
retourtje naar Nijmegen, maar stapten reeds in Arnhem uit. Daar bestegen wij
onze stalen rossen en fietsten via Zevenaar en Babberich naar de Duitsche grens.
Diegenen die geen paspoort bezaten konden toen een dagpasje ("Eine Tages
Duchlass Karte" alls Passierschein bekomen.) Na 5 KM reden wij het kleine
plaatsje Elten binnen, alwaar de architectuur ons echt in de vreemde deed zijn.

Panorama vanaf
Hoch-Elten.
Schwanenburg.
Dit gevoel werd nog sterker toen na het beklimmen van de Elterberg wij vanaf Hoch-Elten van een prachtig wijd uitzicht konden genieten. Voor ons lag een panorama en toonde reeds duidelijk aan de door ons voorgenomen route via het dichtbij gelegen Emmerich naar het in de verte gelegen Kleve. Na de eerste stad eens rondgezworven te hebben bracht een Fähre ons over de toen nog heldere Rhein in een uiterwaardengebied waar een z.g. dode rivierarm, de Alten Rhein nog levendig doorheen stroomt.. Kleve bekeken wij als echte toeristen, zodat ook de op een berg gelegen burcht de "Schwanenburg" met een bezoek werd vereerd. Een oud baasje toonde ons oudheidskamers/rariteitenkabinetten. In een Konditorei werden de benen gestrekt en van Kaffee und Kuchen genoten, waarna de "Heimkehr" een aanvang nam door via Kranenburg en de grens bij Wyler naar "onze" trein in station Nijmegen te fietsen.
Rond 1932-1933 beleefden wij weer eens iets
anders, want, Nieuwe Heren brachten Nieuwe Wetten wat wij ineens bemerkten toen
wij deze keer via 's Heerenberg op Emmerich aankoersten. Dwars over de weg was
een soort Sperre opgericht, bemand met Grenzschutze en "nieuwbakken"
S.A.Leute. De fietstassen werden grondig doorzocht en wij gefouilleerd. De
vrachtauto van een kippenboer uit Barneveld was reeds eenzelfde lot ondergaan en
van de gehele lading eierkisten waren steeksproefgewijze enkele gewoon
omgekeerd, zodat het wegdek een sex-bevorderende voedingsroute werd. Het boertje
had het niet meer. Daarom gingen wij hem ijverig meehelpen de gave kneusjes in
de kisten en deze op de wagen te laden, waarbij hij ons eeuwige dank beloofde.
Ook deze beloofde dank bleef als altijd een schone belofte....
Ook al is deze eierkneuzerij ruim een halve eeuw geleden, sindsdien kan ik geen
ei meer onthoofden of ik zie die onfortuinlijke eierbaas weer hopeloos temidden
van gebroken eierschalen en eierstruif staan..
Hij die verre reizen doet kan veel vertellen. Ook al waren dit slechts korte uitstapjes toch is de mij beschikbare ruimte weer te krap om over vele belevenissen meer uitvoerig in te gaan, zodat ook nu weer een plaatje moet ontbreken. Misschien later beter.