Uit de oorlogstijd.           


Zoeklichten-Luchtafweer v.d. Flak.
Toen alles verduisterd moest zijn
kregen wij (af en toe) gratis LICHT....

De redactie verzocht mij enige feiten uit de jaren 40-45 neer te schrijven, maar daarvoor is mijn ruimte in deze te beperkt. Daarom volsta ik maar met die gebeurtenissen welke mij al schrijvende te binnen schieten.

Allereerst behoort daartoe de steeds nijpender wordende levensmiddelenverstrekking, welke steeds strenger gerantsoeneerd werd naar gelang de oorlogsjaren verstreken.

       

Alles, maar dan ook alles was OP DE BON. De Surogaat deed zijn intrede. Kleding werd van Baumwolle gemaakt, klompschoenen met houten onderwerk, rijwielbanden gemaakt uit steenkool, koffie uit cichorei en nog wat, thee werd "Santee" (brrrr) en er was één merk cigaretten: CONSI. Daarnaast kwam de "Belgische Shag" in de zwarte handel (gedroogd gras - vergif...). Dan was de "eigen-teelt" stukken beter. Ook was er de "buk-shag" (peukies, opgeraapt van de straat).
De weinige (vracht) auto's en bussen reden op anthraciet, houtblokjes, turf of lichtgas. Het gas vervoerde men o.a. in een ballon, die boven op het dak zat en groter was dan de auto zelf. De eerste drie producten werden in een grote kachel (vergasser o.a. Imbert) verbrand. Deze stond meestal op een aanhangertje. Dit systeem gaf nogal eens wat moeilijkheden, zodat de chauffeur onderweg moest sleutelen en stoken. Dat was hem dan ook goed aan te zien enkel omdat de beruchte "kleizeep" niets uit kon richten.

Iedereen moest altijd en overal zijn persoonsbewijs bij zich dragen. Dit bevatte al je gegevens en je foto en je (wijs)vingerafdruk. Dit voor het geval van: "Ausweis bitte", wat je op de vreemdste plaatsen en de gekste tijden overkomen kon.
Wij gingen pas goed de "nachtschuit" in toen overal de levering van de electra gestopt werd (8 Oktober), gevolgd door het gas (25 Oktober '44). De tram reed na 12 September niet meer in de avonduren en ook niet op Zondag. Vanaf 9 Oktober '44 bleven alle tramwagens in de remise staan zodat men met een lege maag, in versleten kleding en op  lekke schoenen ('t was juist een strenge winter) naar huis moest lopen, om thuis gekomen alles aardedonker en steenkoud aan te treffen. Had men geluk dan stond daar je "prakkie" van suikerbieten of bloembollen gekookt op een noodkacheltje.


Knijpkat.

Mijn oude tante keerde in 't stikdonker terug naar huis. Hoewel voorzien van een "knijpkat" (lantaarntje) koos zij de verkeerde kant van de brugleuning en lag gelijk midden in de gracht. Doordat zij in haar zenuwen de knijpkat als een bezetene bleef indrukken, wisten voorbijgangers haar te vinden en met de dreg aan de kant en op de wal te krijgen. Doornat en steenkoud kwam zij in haar oude kille huis. Geen brandstof, geen licht, geen voedsel. Zij heeft zich toen warm gehuild....

In de huidige tijd van barstende overvloed is dat een onwezelijk verhaal en zit men vaak kankerend achter zijn volle bord met puik voedsel bij een warme haard. Tante heeft het overleefd en is zeer oud geworden. Maar duizenden zijn toen van ellende gekrepeerd. Vele lattenzolders verdwenen in de kachel en loslopende katten werden "het haasje".

Tot slot een wat vrolijker noot:
Een Duitser sprak mij aan: "Hören Sie mal, was soll das heiszen ? " en hij wijst op een naambordje, luidende "voor Jansen 3x bellen". (in zijn taal betekent "Bellen" - "blaffen", also "bellende Hunde beiszen nicht..."
Wat later zie ik een Wehrmachtsmann verlekkerd naar een mededeling staan kijken waarop bekend gemaakt werd dat men dat pand kon "Huren of kopen".  Hij schoot mij aan en vroeg het te vertalen. Na zijn "Danke schön" vervolgde hij, diep teleurgesteld, zijn weg. (de letter U wordt bij hen met OE uitgesproken). Gelachen heb ik toen ook wel...
Nog een "grap":

Terug.