

Een tol zoals er dertien in een dozijn gingen.
Zo waren wij eens, dat was dus in de dertiger
jaren, met onze motorclub op een rondrit door Zuid-Holland, waarbij wij toen
vergezeld werden door Ome Bart op zijn F.N. "Sahara" 350 cc,
zijklepper (wat toen in motortaal "klepseiker" werd genoemd.)"
Omdat hij reeds tot de leeftijdsgroep der "bezadigden" behoorde en
tevens tante Annie en hun zoontje op een vernuftig stel duozitjes meevoerde,
hadden wij hem maar afgeraden deel te nemen aan deze rit, welke grotendeels over
smalle binnenpaadjes zou voeren en wij daarbij altijd een stevig tempo gewend
waren.
Maar hij zou meegaan, hoe dan ook, wat dachten wij wel.....Hij zou ons
eens een poepie laten ruiken....
En inderdaad zolang de straatweg onder ons doorgleed boenderde hij dapper mee,
want motorrijden, dat kon hij beslist wel. Alleen bij het nemen van een
binnen-paadjes traject was hij figuurlijk en letterlijk de hekkensluiter.
Bij het nemen van een smal hoog bruggetje stopte hij toch maar even om de
situatie goed in ogenschouw te nemen, want hij was beslist niet van plan om hier
zijn gezinnetje in een klap uit te roeien....
Zo belandden wij op de Bodengravensestraatweg alwaar ik bij Oud-Reeuwijk een tol
wist, terwijl drie en een halve kilometer verder, bij Gouda, een volgende tol
ter controle het kaartje weer terug nam...
Dus werd, ruim vooraf gestopt en beraadslaagd, omdat bij de club een tol nu niet
zo erg geliefd was. De situatie ter plekke kennende, legde ik hen uit dat links,
vlak voor die tol een klein bruggetje was waarachter een smal paadje begon, dat
naar de Reeuwijkse Plassen voerde. Door nu als Chinezen achter elkaar te gaan
rijden en het tempo zo lang mogelijk hoog te houden, konden wij de tolbaas
verrassen, door vlak voor het tolhek dat bruggetje over te duiken om dan
verderop bij de splitsing op elkaar te wachten. Nu, dat lukte prima.
Tol bij Oud-Reeuwijk.
Maar Ome Bart bracht zijn F.N. weer eens tot
stilstand om de volgende sprong in overweging te nemen...Gelijk kreeg hij de
tolbaas in z'n nek, die van hem geld voor het hele zooitje verlangde. Wat daar
besproken is zal wel ten eeuwige dagen onbekend blijven. Ome Bart bleef in elk
geval heel lang uit het gezichtsveld en toen hij eindelijk, met zijn benen als
landinsgestel buiten boord, over dat smalle paadje kwam aangescharreld, met een
verongelijkt gezicht beweerde niet betaald te hebben omdat hij gezegd had niet
bij dat schorum te horen, toch nog lang van ons vernemen moest, dat hij nog
steeds drie plakken ( zeveneneenhalve cent) te goed had, waarop hij weer
enz.....
Neen, hij is nadien nooit meer meegegaan.
Later, de tol in Rijnsaterswoude, waar ik ter betaling van een stuiver met een rijksdaalder de tolgaarder voor wisselgeld naar binnen stuurde, de tolboom vast opengooide, waardoor de wat later gestarte motorclub vol gas voorbij kon scheuren. Met een onschuldig gezicht nam ik vlug het gewisselde geld in ontvangst.
Eens, met buurjongen Joop achterop, na een
Veluwse toer via de (toen) kortste binnenroute terug. Wij zouden de tol bij
Barneveld door de (gratis) fiets doorgang nemen. Joop bleef daar met zijn
knieën tegen de palen hangen, waardoor de motor onder hem wegschoot. Hij viel,
kwam zenuwachtig achter mij aan hinken en gedurende een week bleef hij
lichtelijk kreupel, maar wij hadden ons dubbeltje mooi in de zak gehouden....
Dit zijn enige onzer (toch verjaarde) jeugdzonden, waar de wijkdienders geen
weet van hadden, want die moesten toen nog eerst hun wieg in....