Paasfeest. Halleluja, laat ons zingen.       

Het zal zo in 1931 zijn geweest dat wij, als leden van de N.T.B. (Nederlandse Trekkers Bond) besloten om een van onze excursies aan de oude Paasgebruiken te wijden welke sinds eeuwen in de Gelderse- en Overijselse Achterhoek plaatsvonden.
Als jongeren van onze tijd toen, ging alles per rijwiel en zo fietsten wij lustig over de toen nog rustige wegen de 180 KM daarheen, om van dit zo echt folkloristische gebeuren te kunnen genieten en van alle facetten daaraan getuige te kunnen zijn.
Op Zaterdag ging onze tocht tot de Jeugdherberg "'t Lemenschoer" te Delden, vanwaar wij op 1e Paasdag opgehaald werden door de Twentsche Afdeling van de N.T.B., welke in een prachtige rondrit door het fraaie Lutterzand ons rondleidde.  Ook stond een bezoek aan een "Los-Hoes" op het programma.

Zo'n zeer oude Saksische Boerderij is een hallehuis, waarin mensen, dieren en de oogst in één onverdeelde ruimte zijn ondergebracht. Hoewel dus zeer antiek, was het toch zijn tijd ver vooruit, want het woongedeelte bezat een open keuken, terwijl de open haard midden in de open huiskamer lag. Boven dit vuur hing een grote gietijzeren ketel, waarin voor ons chocolademelk gebrouwen was. Terwijl wij hiervan genoten deden de koeien, paarden en varkens duidelijk van hun aanwezigheid blijk geven want deze bevonden zich op de open deel, welke dus zonder afscheiding een geheel met de woon- slaap-(bedsteden)ruimte vormden.
 Het volgende traject bracht ons op het eigenlijke doel, het dorp Denekamp, alwaar het mannelijk deel der bevolking reeds gereed stond om aan het traditionele feest te beginnen. Rustig en onopvallend sloten wij ons aan. Het doel was Huize Singraven, alwaar de adelijke bewoners op hun terras hadden plaatsgenomen om met het verzoek om toestemming tot het verkrijgen van de "Paasstaak"  het ritueel gestalte te kunnen geven. Achter hun boswachter aan werd bij de reeds gemerkte zeer hoge denneboom halt gehouden en onder gezang van hun Paaslied dat de gehele dag weer opklonk, kreeg "Judas" bevel de boom in te klimmen. (Vooraf was deze Judas uitverkoren door een soort "afslag" waarbij van een leuk geldbedrag kon worden afgedongen en de laagste bieder zijn drinkgeld en de eer te beurt viel om hoofdpersoon te mogen zijn.).
Met stokslagen werd hij naar boven gejaagd om in de "veilige" kruin gezeten af te wachten tot hij met de omgehakte boom en al tegen de vlakte zou gaan en dit was nog maar de helft van alles. Na het afhakken van de takken werd de boomstam met lange touwen waaraan alle Paasstaaktrekkers onder hel gezang naar het dorp gesleept waar deze midden op straat achtergelaten werd omdat iedereen het kerkje binnenging alwaar steeds weer "het lied" gezongen werd. Ook tijdens het verder slepen naar de Paasweide zong men door, om aldaar aangekomen een flinke ton gevuld met teer aan de top te bevestigen en de boomstam op te richten zodat wij de vele gaten in het vat konden zien. Nu moest Judas weer  naar boven, maar ditmaal met een goed brandende fakkel en niet eerder mocht hij zakken tot het teervat één vuurzee was.  Toen het ineens zo ver was wist Judas met een geweldige snelheid naar beneden te komen, overgoten door het neervallende hete pek....Gelijk met een grote ovatie ontving hij zijn Judasloon en verdween besmeurd en al in een kroeg.
Tijdens het vallen van de avondschemering werd het Paasvuur ontstoken, wat tot een geweldige vuurzee zou uitgroeien omdat dit een vele meters hoge gigantische stapel brandhout was, waaraan de gehele bevolking maandenlang had meegeholpen en van alles was aangesleept.


Van wege het vele bier of anderszins werd het paasgezang eerst wat gelal en verstomde toen. Zodoende beschouwden wij de afnemende vuurgloed maar als een soort kampvuur. Dus werden onder begeleiding van gitaar, mandoline en blokfluit vele trekkers- en kampeerliedjes gezongen. Voor zover de dorpelingen daartoe nog in staat waren klonk uit een soort applaus toch de waardering voor deze muzikale afsluiting van ons jeugdig Lentefeest.

Op weg naar huis werd in Deventer ook nog de oude koperen ketel bekeken welke aan de zijgevel van het Raadhuis hangt. Deze werd eens gebruikt om er erge misdadigers in uit te koken. Wij vroegen ons toen wel af of dat gaargekookte vlees in de goede ouwe tijd soms ook ten algemene nutte aangewend werd. De vaderlandse geschiedenisboekjes zwegen daarover.
En als U bij de aanhef van dit verhaaltje soms dacht dat dit een evangelisatie-traktaatje zou worden, dan had U het mis, want de Havelaarkrant is daar nog steeds niet aan toe.

Tijdens de aanstaande Paasdagen spookt het genoemde Hallelujalied vanzelf weer door mijn hoofd, want, jong geleerd is oud gedaan...

Het bewuste Paasgezang :
"Halleluja - Halleluja"
laat ons zingen
Hij die ons is voorgegaan
en ons Zijn woord heeft gegeven
Daarom, ja daarom
Stervelingen, Halleluja, Halleluja
Halleluja, laat ons zingen.

enz. enz.

Terug.