
De familie Ophof, bestaande uit mevrouw en meneer
Ophof, beiden genietend van hun AOW wonend in de Bellamystraat.
OP EEN OPHOF-MATRAS
RUST U PAS !
Meneer Ophof, geboren en getogen in de
Bellamystraat, waarvan al 64 jaar op nummer 24 en daarvan weer ruim 25 jaar
samen met mevrouw Ophof, geboren Haarlemse. Ze heeft tot haar 45ste
jaar haar ouders verzorgd; is daarna in de huishouding terecht gekomen en op
haar 47ste
met meneer getrouwd.
Een beetje aan de late kant volgens mevrouw, maar ondanks dat hebben we vorig
jaar toch ons 25-jarig huwelijksjubileum kunnen vieren ! Ik ben
ondertussen een echte Amsterdamse geworden hoor. We kennen zo'n beetje iedereen
in de buurt hier; vooral de ouderen kennen ons nog allemaal van de zaak die we
vroeger hadden.
Ja, samen met mijn vader en mijn oudste broer zijn we indertijd begeonnen. De
matrassenfabriek OPOHOF. We begonnen in de oude diamantslijperij hier in de
straat. De latere cacaofabriek. (Als jongens zijnden pikten we daar vaak cacao
van de kar.)

Nadat de cacaofabriek verhuisd was zijn wij er
begonnen. Het bedrijf liep goed. Alles werd nog met de hand gemaakt en met de
jaren breidde het geheel zich uit totdat we met z'n tienen waren. Wij maakten
o.a. kapokmatrassen, springveren zittingen en later ook nog kinderbedjes.
De allereerste order werd geplaatst door het Rode Kruis in Den Haag, ruim 500
matrassen ! Er werd met man en macht gewerkt van 's ochtends 7 uur tot 's avonds
10 uur. Tussen 1 en 2 uur ging iedereen naar huis om te schaften. Ja, dat was
nog werken hé ?
Het was toen echt gezellig hier in de buurt. Iedereen kende en hielp elkaar.
Alles werd samen gedeeld. Wij hadden natuurlijk het voordeel dat onze zaak
altijd goed gelopen heeft. Zelfs toen het schuimplastik meer en meer in trek
kwam bleef de zaak lopen. Tot in 1970, door allerlei omstandigheden buiten onze
schuld, bleek dat er geen geld meer over was. Het bedrijf werd failliet
verklaard en wij bleven met de schulden zitten. Die zijn gelukkig nu bijna
afgelost. Het is wel een slag voor ons geweest maar aan de andere kant denken we
maar: we hadden toch niet eeuwig zo hard door kunnen blijven werken.
We hebben nu allebei AOW en zijn daar best tevreden mee. Ondanks dat we allebei
hartpatient zijn kunnen we ons samen goed redden. Bovendien worden we af en toe
geholpen door Monique, een soortement "pleegkind" van ons. We zijn ook
lid van de Bejaardenbond, die allerlei leuke dingen organiseert. Zo zijn we al
eens in de Goffert van Nijmegen geweest en we hebben de Kroondomeinen bij
Apeldoorn bezichtigd. Prachtig hoor ! Enorme herten en zo hebben ze daar. Mijn
man kaart graag en zit dus op de Kaartklub en ik zit op de Handwerkklub. We
maken daar allerlei dingen en die worden eens per jaar verkocht. Weet je dat de
Handwerkklub zelfs geld overhield?
We praten er de laatste tijd nogal eens over dat we toch eens uit deze woning
weg zullen moeten gaan, omdat de huizen hier steeds moeilijker bewoonbaar
zijn te houden. We hebben wel eens aan een bejaardentehuis in Hoogvliet bij
Rotterdam gedacht, aangezien we daar iemand kenden. Maar wat moeten wij nou in
Rotterdam ?
Mijn man wil beslist niet uit Amsterdam weg. Het zou fijn zijn om, zo lang we
nog kunnen, zo zelfstandig mogelijk te blijven wonen en leven, maar ja, of dat
mogelijk is....