Melk, Boter, Kaas en Eieren.                           


Voor zo een halve eeuw terug zag men bovenstaande tekst op de winkelruiten van ruim duizend melkslijters onzer stad, in sierklijke  letters geschilderd staan. Welke naast deze producten hooguit nog wat margarine verkochten, zoals Bleu Band, Lotus, Wajang e.d.
De melk werd los per kan geleverd vanuit grote melkbussen, welke daartoe van een koperen kraan waren voorzien.
De roomboter werd met geribte spatels uit houten vaatjes geschept en per verlangd gewicht afgewogen, terwijl de eieren, welke overal in fraaie glazen stolpen uitnodigend opgestapeld lagen, de cliëntele tot kopen noden (à 3 cent per stuk).
In vele gevallen was de verkoopruimte in de voorkamer van een "toe-huis" gesitueerd, waartoe dan de gangwand naar het midden van dit vertrek was verplaatst, zodat naast een directe toegang tot dat winkeltje, ook nog een klein slaapkamertje overbleef. De winkelverkoop werd door de vrouw behartigd, terwijl haar man met zijn handkarretje of bakfiets de wijk in ging, alwaar hij de melk, huis aan huis en ook trap op en trap af uitventte. 's Zaterdags ging hij de wijk tweemaal door of hij kwam op Zondagmorgen.
Door dit intense contact met de buurtbewoners groeide vanzelf een sociaal medeleven, zowel in vreugd als verdriet en kon hij ook, een-oogje-in-het-zeil houden op de toestand van alléénwonende bejaarden..........
Had men meer ruimte tot zijn beschikking en zat men op een gunstige plek, dan werd de winkel ook ingericht tot "Melksalon", zoals melkboer Klopper jarenlang dreef in de de Clercqstraat 95 hoek Elisabeth Wolffstraat. Tussen de middag kwam men daar zijn brood eten en leverde hij hun melk per glas.
De naam melkBOER heeft zijn ontstaan te danken aan het feit, dat wij rond de eeuwwisseling echte "veehouders" binnen onze stadsgrenzen hadden, welke koeien-aan-huis hielden. Dit wil zeggen, in een aanlendend pand of een schuur. Ook onze Schimmelstraat heeft in die jaren zo een vee-melkboer gehad.

In de twintiger jaren deed zich in deze branche een nieuw verschijnsel voor. Ontevreden veehouders, welke naar hun mening te weinig voor hun product ontvingen, kwamen naar de stad en verkochten alhier hun verse melk rechtstreeks door aan de verbruikers. Zo werd toen onze buurt dagelijks bewerkt door een veehouder uit de Rietwijker Polder, daar waar nu het Amsterdamse Bos ('t Bosplan) ligt. Hij pakt het dadelijk "groots" aan door een T-Ford met open laadbak aan te schaffen voor de nodige melkbussen. Met luide stem verkondigde hij de lage concurrerende melkprijs aan en vond vele gretige klanten, tot groot verdriet van de vaste wijk-melkboer.
Veel zegen rustte niet op zijn initiatief, want op 19 Augustus 1927 werd tijdens het passeren van de onbewaakte overgang van de lokaalspoorweg naar Aalsmeer bij de Kalfjeslaan zijn Fordje finaal in puin gereden en belandde hij, zwaar gewond in het ziekenhuis, tot opluchting van de wijkboeren....
Ging men niet te ver weg verhuizen, dan kwam ook daar hun melkboer heen. Na de sanering, rond 1950 was ook deze klantenbinding voorbij en werd elke melkslijter in zijn vaste wijk heer-en-meester. Nog veel meer zou hierover te vertellen zijn, maar mijn ruimte is weer vol. Tot slot nog deze beschouwing: Zo rond de saneringsperiode werd de zuivelleverancier ook "geëmancipeerd" en steeg op in rang van melk-boer naar melk-man. Gelijk daarmee was het bestijgen van al die trappen voor hem ook verleden tijd en werden zijn klanten beneden op de straat bij zijn auto verwacht.
Uit de tijd dat de melk nog niet in flessen geleverd werd, sprak men in vakkringen van "gewassen" melk. Dit hield in, dat men van overheidswege de toestemming had, de melk met zuiver water te verdunnen, tot een maximum van vier liter water op tien liter melk. Vandaar dat in die jaren deze brave man nogal eens (vaak ten onrechte) als waterboer nageroepen werd....


Terug.