
Schimmelstraat 2-14. (Links van L naar R)
Omdat wij in de maand van de algemeen erkende
Christelijke Feestdagen vertoeven, gaan ook mijn gedachten als vanzelfsprekend
uit naar het vanouds Kerkelijke Gebeuren in en rondom onze buurt.
Om dit in een kerkgebouw te kunnen meebeleven moest men beslist ons buurtje
verlaten, want met uitzondering van de ons zo vertrouwde De Liefde en de Sint
Vincentiuskerk bezaten wij dienaangaande niets. Het werd dan de Wester-,
de Koepel-, de Princesse- of de Jeruzalemkerk.
Toch mochten wij de (twijfelachtige) eer beleven, midden in ons oude
buurtje een "kerk" te bezitten. Deze gewijde en aldus ingerichte
ruimte bevond zich rond 1970 in de Schimmelstraat no. 6 alwaar eens het
Confectie Atelier van H.Berghaus gevestigd was, dus nu boven de Drukkerij van
Gebr.Beijlevelt.
Er bestaat nog een afdruk van een bouwtekening uit mei 1880 van Nieuwer Amstel
van dit pand met als bestemming School met de Bijbel.
Na afloop van de dienst kon men altijd het
patertje onderaan de toegangstrap zien staan, alwaar hij in vol-ornaat-gekleed
zijn schaapjes uitgeleide deed, zijn handen (toch maar) in zijn habijt
verbergende en dankbaar knikkend, al innig buigend voor een ieder die zijn
heiligdom na de mis verliet.
Zijn patroon was een z.g. Prelaat van de Russisch Orthodoxe Kerk, althans daar
gaf deze zeer goed volgegeten man zich voor uit. Zijn indrukwekkend
priesterkleed moest deze mening dan ook bevestigen. Ook zijn dienaar liep
dagelijks in beroepskleding rond en wel op zo een gepaste wijze dat het echt
leek.
Hoe of deze wel erg opvallende figuren elkaar hebben kunnen vinden is niet te
achterhalen. Wel dat deze, zichzelf Pater Vladimir noemende, eens vissersknecht
in Scheveningen is geweest en als Jezuïet ook enige bekwaamheid had opgedaan,
terwijl de Bisschop van Amsterdam als Zeer Eerwaarde Monseigneur in feite een
geflipte en uitgewezen dominee was, die dus het klappen van de zweep terdege
kende.
Omdat deze zieleherders geregeld op zwart zaad zaten en zij hun
geloofwaardigheid ook eens wilden uittesten, gingen zij bij het bedrijfsleven
langs om giften te verzamelen voor een zeer goed doel. Dit betrof n.l. een
plezierboot, waarmede zij voor ons ouden van dagen fijne vaartochten wilden
verzorgen. Nog voordat dit ontwerp de tekentafel bereikte was het schip reeds
door hen getorpedeerd zodat de oudjes veilig op het droge bleven en de
plannenmakers zodoende voorlopig weer voort konden zonder dat deze
heilspredikers ook maar iets van nattigheid gevoeld zullen hebben.
En juist in die jaren waren er meer gewiekste vogels, die met de door hun vlot
verkregen kapitalen geen weg wisten.. Deze lieden stonden bekend als
sex-baronnen, welke door het uitgeven van "blaadjes" welke wel het
voortplantingsspel uitvoerig beschreven, maar de voortplanting wel degelijk
ontzagen. Met dit drukwerk voldeden zij op een dusdanige wijze aan de vragende
behoefte dat hun banksaldo gigantische vormen aannam. Om aan dit te grote
financiële overschot een eerzaam doel te geven was de Eerwaarde Monseigneur van
de Schimmelstraat best bereid zijn priesterlijke zegen te geven.
Aldus gebeurde. Op het landgoed van een oud kasteel kwam de gehele meute bijeen,
zowel beide kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders als die steenrijke sexbaronnen.
Omhangen met een eerbiedwaardige mantel (der liefde) knielden deze heerschappen
beurtelings, om door middel van een echt zwaard, vakkundig door "de
Bisschop" gehanteerd, tot ridder te worden geslagen.
Van de op deze wijze gemakkelijk verkregen hoeveelheid poen (10 rooien) werd een
erg leuk automobieltje verkregen en met het patertje achter de pedalen had de
Prelaat dus eigen vervoer. Hoewel als pater lofwaardig, werd dit brok mechaniek
wel in de kortste tijd naar de richting van de eeuwige jachtvelden geholpen,
zodat op een kwade dag hun limousine niet aan wilde slaan. Op ons "Pater
wij geven je wel een kontje" zetten wij onze ruggen tegen het blik en
zowaar, het vehikel begon ratelend te kuchen en de Schimmelstraat van een vette
walm te voorzien. Terwijl de Eerwaarde passagier zijn zwaarlijvigjeid naar
binnen begon te wrikken, kon ik het niet laten mijn hoofd door het
portierraampje te steken en ons patertje vertrouwelijk toe te spreken: "Het
ziet er werkelijk naar uit dat het de hoogste tijd wordt weer enige lieden tot
ridder te slaan, zulks ter vervanging van dit om zeep geholpen stuk blik."
Nou, toen brak de hel los en knetterde zijn antwoord mij om de oren:
"Loop naar de GVD, krijg de kolere en sodemieter op !". Na deze
priesterlijke zegebede voelde ik mij als zondaar erg verkwikt en daardoor tot op
de dag van vandaag in een soort zevende hemel.
Toen niet lang daarna pater Vladimir thuis kwam en zijn gewijde ruimte betrad,
zag het er nogal leeg uit. De fresco's en alles van enige waarde waren
verdwenen, OOK Monseigneur. Ook ons ontgoochelde patertje koos maar eieren voor
zijn geld, liet de tent de tent , trok naar België, trouwde een vrouwmens,
zodat hij toch weer een dak boven 't hoofd had. Weer een geloof minder.
Na deze echte geschiedenis van dat ware
buurtgebeuren, be-eindig ik dit verhaaltje op een daarbij gepaste wijze en blijf
dan ook geheel in stijl met het daarbij behorende Amen.
Ten spijt van dit alles wensen wij elkaar toch een echt fijne Kerstperiode
toe.