J.den Hartog geïnterviewd.           

We hebben een interview gehouden met J. den Hartog, winkelier in de Jan Hanzenstraat. Zo ongeveer de enige kleine kruidenier die de Kinkerbuurt Noord rijk is. Een zelfbedieningszaak, maar toch een, waar bediening en kwaliteit belangrijker zijn dan efficiency en omzet-vergroting. Een portret van een man die het melk-verkopen nog opvat als een ambacht.

Mijn vader is begonnen met drie pakken havermout.....

"Ze zeggen wel van: O, leuk dat gezellige winkeltje, maar ze komen toch niet, of maar één keer. Iedereen heeft het erover, maar wij worden niet gesteund door het publiek. Ze gaan toch naar de grote jongens. Bij mij komen ze als ze wat vergeten zijn of om een fles melk die ze bij Simon niet kunnen krijgen, of een pakje soep. Want bij die grote supermarkten is het assortiment veel te klein. Daar zijn wij voor. En daarom krijgen wij zoveel mensen, alleen voor die aparte dingen. Zo hebben wij losse peulvruchten. Vroeger hadden we dat ook, maar toen zijn we er een tijdje mee gestopt.

Maar een jaar of vijf geleden zijn we er weer mee begonnen, want de mensen willen het toch weer los. Je kunt niet alles los kopen, zoals suiker, maar als U alleen woont en U wilt eens erwtensoep maken, dan kunt U bij mij nog een half pond spliterwten kopen. Kom daar maar eens om in de supermarkt."
Aan het woord is J. den Hartog, winkelier in de Jan Hanzenstraat. Toen ik hem vroeg voor een interview was hij daar graag toe bereid. Den Hartog: "Die grote jongens krijgen zoveel aandacht, maar mijn zaak zit hier al vijftig jaar en mij hebben ze nog nooit wat gevraagd."
Den Hartog heeft in 1959 de zaak van zijn vader overgenomen. Toen zat de winkel nog in de piepkleine ruimte rechts naast de huidige winkel. "Mijn vader is met drie pakken havermout begonnen. Toen verkocht ie nog tien eieren voor 19 cent. De melk bracht ie rond. Maar toen was de konkurrentie ook al erg hoor. De vader van Dirk v.d. Broek bracht de melk voor één cent per liter. Maar die pikte de koeien uit 't land van 'n ander, waar nu het Jan van Galenpark is."
"Na de oorlog kregen we 't andere winkeltje er bij, waar we nu zitten. Want toen mocht je geen melk en zeep in één ruimte verkopen. Dan kreeg je last met de keuringsdienst. Als de mensen dan melk hadden gekocht en ze wilden ook nog zeep, dan moesten ze buiten om naar de andere winkel. Later hebben we dat opengebroken en er zelfbediening van gemaakt. Je moet met je tijd meegaan. Het assortiment werd steeds groter en mensen hebben geen tijd meer om te wachten tot alles afgewogen is. Vroeger zaten ze op een bank in de winkel te wachten tot ze aan de beurt waren, dat duurde soms wel een half uur. Dat kan tegenwoordig niet meer."


Vakkennis.

De winkel van den Hartog is niet groot maar je kunt er wel van alles kopen. "Dat is altijd al zo geweest, daar staan we om bekend."
Over de supermarkten is hij weinig te spreken. Snel en geagiteerd vertelt hij wat hem het meeste dwars zit. Den Hartog: "In de supermarkt is geen vakkennis, ze weten niks van de producten die ze verkopen. Als de mensen bij mij komen en ze willen bijvoorbeeld een taart bakken, dan adviseer ik ze. Je kunt goed merken dat mensen vinden dat ze hier behoorlijk geholpen worden. Maar het is niet zo dat ze hier hele tassen vol met boodschappen komen halen. Daar zijn we weer te duur voor. Want service en goedkoop kunnen nooit samengaan. Als ik iets verkoop en er mankeert iets aan dan komen de mensen terug en krijgen ze een nieuwe. Maar het moet wel redelijk blijven. 's Zomers gebeurt het wel dat de mensen denken dat de melk zuur is. Maar dat is niet zo. Dan stijgt door de warmte alle room naar boven en zet je zo'n fles in de koelkast, dan gaat die laag room in de fles vastzitten. Als je die melk dan schudt krijg je allemaal klontjes, maar dat is gewoon room. Als die mensen dan terugkomen en zeggen: de melk is zuur, dan zeg ik: gaat U maar even mee naar de keuken. Dan doe ik de melk in een pannetje, want als de melk zuur is en je kookt 't,dan schift ie onmiddellijk. Maar dat weten de meeste mensen niet. Dat is vakkennis meneer.!

Een van de trekpleisters in de winkel van den Hartog is de melk uit de fles: "Dat is kwalitatief beter." Hij is van mening dat het bestaansrecht van de kleine winkeltjes schuilt in de kwaliteit van de producten. "Wij bestaan enkel nog omdat U bij ons nog een pond bruine bonen of een onsje kaas kunt kopen. Als wij die spullen verpakt gaan verkopen, kunnen we wel ophouden."


Winkels na beëindiging kruidenier 
overgenomen door groentehandelaar.

In de stadsvernieuwingsbuurten verdwijnen veel buurtwinkeltjes door de sloop en keren niet meer terug in de nieuwbouw. Als het zover komt in de Jan Hanzenstraat zou den Hartog ook niet opnieuw beginnen in een nieuwbouwwinkel. "Voor mijzelf is het de moeite niet meer. Als je weet dat er 'n opvolger is maak je misschien nieuwe plannen. Maar voor die paar jaar dat ik dit werk nog doe...Mijn zoon heeft geen zin het over te nemen en ik geef hem geen ongelijk. Het is een slavenbestaan. Het verdient goed, maar we maken veel te veel uren. Ik moet 's naachts elke nacht m'n bed uit om de melk binnen te zetten. Wie wil dat tegenwoordig nog..?

Terug.