

Na wekenlang met touwtrekken, zaklopen,
koekhappen en weet ik veel wat allemaal te zijn zoet gehouden op zo'n
vakantieschool had ik het heus wel gezien.
Het was dus een ware uitkomst toen het jaar daarop "Patrimonium" met
een jeugdkamp in Huizen uit de bus kwam en zo zeulde een grote groep jongens en
meisjes in 1924 hun tassen, valiezen en rugzakken de trein in.
Voor het station Naarden Bussum stond een heuse stoomtram klaar, welke ons door
het (nog woeste) Gooi voerde en sissend en blazend voor een echt
stationsgebouw(tje) onzer bestemming kreunend afremde.

H.S.M. Stoomtram Bussum Huizen. Deze locomotief
werd "ledikant" genoemd vanwege dat gordijn.
De invasie in dit rustieke dorp dreef alle
inwoners naar vensters en deuren zodat wij in staat waren hun klederdracht te
bezien.

Deze overwegend streng protestantse agglomeratie
leefde geheel hun eigen leventje. Voor ons als stadsjeugd was dat toch wel een
vreemde ervaring, maar wij "leden" daar niet onder, vooral toen wij
bemerkten, dat wij aan de haven werden ondergebracht en wel in een grote
visrokerij, welke 's zomers niet in bedrijf was. Houten kribben met stroozakken,
lange tafels en dito banken dienden ons ter accomodatie. Tijdens de verkenning
van het dorp ontdekten wij dat alle transport uitsluitend per hondekar plaats
vond en een snoepwinkel graag onze zakcenten ontving.
Heerlijke zwerftochten door het nog ongerepte Gooi naar de Sijsjes- en
Tafelberg, een pracht rit naar Amersfoort met een T-Ford-vrachtauto, waarop
houten banken een stevige zit verschaften.

Ons sport- en spelterrein bevond zich tussen de
60 Meter hoge zendmasten van de Nederl.Draadloze Omroep, tot 1933 in gebruik
door de K.R.O. en N.C.R.V. (A.V.R.O. en V.P.R.O. zonden uit via de N.S.F., Ned.
Seintoestellen Fabriek Hilversum).
Het binnenlopen van de vissersvloot, het leeghalen van de bun en daarna de
onverstaanbare afslager in de vismijn gaven ons een andere kijk op het dorp. Ook
een klein tochtje met een botter was een ware belevenis, waarbij de woon- en
slaapruimte in het kleine vooronder, compleet met Salamanderkacheltje, ons
benauwd aandeed.
Vrijdagavond was er een fijn "afscheidsfeest" met vele kampliedjes à
la "Zangzaad". Terwijl de grillige vlammen van 't kampvuur op het
stikdonkere strand de omzittenden als schimmen verlichtten, vertelde een der
leiders een pracht spookverhaal.
Na afloop brachten wij eerst de meisjes naar hun onderkomen in het dorp, waarbij
onze fakkels en lantaarns het enige licht waren, want de (gas)straatlantaarns
werden daar altijd om 11 uur gedoofd. (Dit zijn slechts enkele indrukken van de
zeer vele, nu al weer 60 jaar geleden.)
Wij jongens konden, tijdens ons verblijf aldaar,
heus wel "een eitje breken", maar toen ik later, in 1930 op een Zondag
datzelfde Huizen binnen fietste, werd ik mooi gedwongen van het rijwiel af te
stappen en verder te lopen, want de Dag des Heren was het fietsen geheel tabu...
Terug.