

Bovenstaande afbeelding zie ik steeds voor mij, als
ik aan die periode terugdenk en kon dit haast wel als een persoonlijk vignet
dienaangaande bezigen. Want juist in deze donkere wintermaanden bepaalde de
vuurgloed van deze gieterij een zekere stemming over dit gedeelte van onze
buurt. Op weg naar huis werd ik daar steeds weer door geïmponeerd en de toen zo
vertrouwde straatgeluiden behoorden daar in wezen toch ook bij.
Straatventers en muzikanten droegen aan die sfeer heel hoorbaar bij. Hing er een
echt vette walm en hoorde men de kreet: "Wèrreme kèstanjééé, dan was
dat mannetje daar weer, die op zijn karretje een soort kacheltje vervoerde,
waarop kastanjes gepiept werden. Maar het kon ook die struise vrouw zijn, welke
op dezelfde wijze ongeschilde peertjes liet sudderen en met hoge galmende stem:
"'k heb wårreme lekkere pèrehie-ie-iet" liet horen. Voor liefhebbers
van andere kost kwam op een handkar de traktatie, welke werd aangeprezen als:
"'t binne oallemááál zeifse mosseléééé !."

Weer even later een nieuwe kreet: "Gerookte sprot four faaf cente hei je un
pakkie gerooktesprot".
Muziekanten vertolkten dit jaargetijde eerst met Sinterklaasliedjes en daarna de
bekende Kerst-melodieën. Carillonklanken kwamen voort uit metalen pijpen van
verschillende lengte, stemmingsvol bespeeld. Maar ook het Leger des Heils deed
hun liederen ten hemel stijgen en het draaiorgel deed daar niet voor onder.
Zo was er toen een eenvoudig opgebouwd straatorgel, dat het gehele jaar door
gewijde muziek ten gehore bracht, zoals liederen van Johannes de Heer. Speelde
dat instrument: " Daar ruist langs de wolken een lieflijke naam", dan
zong daar vaak een "koortje" straatjongens met een andere tekst:
"Daar ruist langs de wolken een boer op zijn fiets. Hij trapt zich het
lazarus, maar verder komt hij niets."
De etalages en de marktuitstallingen lieten ook al niets te wensen over. Tot
Zaterdagavond laat kon men overal terecht en als deze nijvere handelslieden
eindelijk hun waren opgeborgen hadden, was het vaak tegen 't middernachtelijke
uur. Dan toog men naar de barbier om geschoren de Zondag tegemoet te gaan. Een
ieder nam iets van zijn koopwaar mee, om met vis, fruit of delicatessen het
kappersgezin te verrassen en zo in fijne stemming het einde van een drukke
werkweek te kunnen vieren.
Zo ging het er bij barbier Steevens in de Agatha Dekenstraat 28 ook aan toe.
Moeder de vrouw had voor een flinke ketel koffie gezorgd en de kapper was als
vanouds aan het moppen tappen en "bakken" vertellen. Onderwijl liet
hij zijn vaardige handen klapperen door zijn klanten bij de neus te nemen en er
kaal vanaf te laten komen. Tevreden ging ieder zijns weegs en de scheerder vlug
te bed, want Zondagmorgens vroeg waren daar weer de "stoppelvelden",
die ieder hun eigen scheerzeep, kwast en mes in één der genummerde laadjes der
kaptafel wisten. Tegenwoordig is men een doe het zelver geworden.
De laatste handelsman van het oude jaar meldde zich met zijn kreet: "Ah,
wie hèb ter nóhòg konijne of hase felléééé !". En als de wijzers van
de klok elkaar dan begonnen te naderen gingen wij het balcon op, om met oog en
oor te kunnen genieten van de jaarwisseling, want radio en televisie waren nog
onbekand.
Dan....alle torenklokken lieten hun verschillende
stemmen al galmend horen. De nachtmachinisten bij de locomotievenloods van het
Centraal Station lieten alle stoomfluiten gillen, terwijl van de zeer vele
oceaanstomers en mailboten, welke in die jaren aan de kaden van het oude IJ
lagen afgemeerd de bronzen misthoorns voor de diepe ondertoon zorgden. Die
cacafonie gaf je gewoonweg kippevel.
En het vuurwerk dan vraagt U? Tja, dat was er ook, hoewel....wat héét
vuurwerk. Onze buurt was verre van rijk en men kon zijn centen wel beter
gebruiken. Daarbij kwam dat het assortiment maar erg beperkt was. Zo zagen wij
aan de overzijde van de vaart in de (toen nog complete)Buurtschap De Baarsjes
enige sterretjes schitteren, een zonnetje draaien en door het afsteken van
Bengaalsche lucifers kwamen de oude geveltjes even in een spookachtig licht te
staan. Dat was het dus....
Bij ons in de Tolbrugstraat was het ook al niet veel anders. Wel schoten er
gillende "keukenmeiden" zigzag over het wegdek, werden wat rotjes
afgestoken en siste er een zevenklapper na vier knallen uit. Het
"echte" vuurwerk, dat geen geld kostte, konden wij altijd in de
Schimmelstraat vinden.....Vele kerstbomen en oude rubberbanden gaven een
prachtige vuurzee, maar ook veel rook en smook, waardoor politie noch brandweer
erg lang naar de oorzaak van dat feestgebeuren moesten zoeken.
En met dit verhaaltje in gedachten wensen wij elkaar een zo goed mogelijke maand en echt prettige feestdagen toe.