Herinneringen aan die Decembersfeer in ons oude Buurtje.   


Bovenstaande afbeelding zie ik steeds voor mij, als ik aan die periode terugdenk en kon dit haast wel als een persoonlijk vignet dienaangaande bezigen. Want juist in deze donkere wintermaanden bepaalde de vuurgloed van deze gieterij een zekere stemming over dit gedeelte van onze buurt. Op weg naar huis werd ik daar steeds weer door geïmponeerd en de toen zo vertrouwde straatgeluiden behoorden daar in wezen toch ook bij.
Straatventers en muzikanten droegen aan die sfeer heel hoorbaar bij. Hing er een echt vette walm en hoorde men de kreet: "Wèrreme kèstanjééé, dan was dat mannetje daar weer, die op zijn karretje een soort kacheltje vervoerde, waarop kastanjes gepiept werden. Maar het kon ook die struise vrouw zijn, welke op dezelfde wijze ongeschilde peertjes liet sudderen en met hoge galmende stem: "'k heb wårreme lekkere pèrehie-ie-iet" liet horen. Voor liefhebbers van andere kost kwam op een handkar de traktatie, welke werd aangeprezen als: "'t binne oallemááál zeifse mosseléééé !."

Weer even later een nieuwe kreet: "Gerookte sprot four faaf cente hei je un pakkie gerooktesprot".
Muziekanten vertolkten dit jaargetijde eerst met Sinterklaasliedjes en daarna de bekende Kerst-melodieën. Carillonklanken kwamen voort uit metalen pijpen van verschillende lengte, stemmingsvol bespeeld. Maar ook het Leger des Heils deed hun liederen ten hemel stijgen en het draaiorgel deed daar niet voor onder.

Zo was er toen een eenvoudig opgebouwd straatorgel, dat het gehele jaar door gewijde muziek ten gehore bracht, zoals liederen van Johannes de Heer. Speelde dat instrument: " Daar ruist langs de wolken een lieflijke naam", dan zong daar vaak een "koortje" straatjongens met een andere tekst: "Daar ruist langs de wolken een boer op zijn fiets. Hij trapt zich het lazarus, maar verder komt hij niets."
De etalages en de marktuitstallingen lieten ook al niets te wensen over. Tot Zaterdagavond laat kon men overal terecht en als deze nijvere handelslieden eindelijk hun waren opgeborgen hadden, was het vaak tegen 't middernachtelijke uur. Dan toog men naar de barbier om geschoren de Zondag tegemoet te gaan. Een ieder nam iets van zijn koopwaar mee, om met vis, fruit of delicatessen het kappersgezin te verrassen en zo in fijne stemming het einde van een drukke werkweek te kunnen vieren.
Zo ging het er bij barbier Steevens in de Agatha Dekenstraat 28 ook aan toe. Moeder de vrouw had voor een flinke ketel koffie gezorgd en de kapper was als vanouds aan het moppen tappen en "bakken" vertellen. Onderwijl liet hij zijn vaardige handen klapperen door zijn klanten bij de neus te nemen en er kaal vanaf te laten komen. Tevreden ging ieder zijns weegs en de scheerder vlug te bed, want Zondagmorgens vroeg waren daar weer de "stoppelvelden", die ieder hun eigen scheerzeep, kwast en mes in één der genummerde laadjes der kaptafel wisten. Tegenwoordig is men een doe het zelver geworden.
De laatste handelsman van het oude jaar meldde zich met zijn kreet: "Ah, wie hèb ter nóhòg konijne of hase felléééé !". En als de wijzers van de klok elkaar dan begonnen te naderen gingen wij het balcon op, om met oog en oor te kunnen genieten van de jaarwisseling, want radio en televisie waren nog onbekand.

Dan....alle torenklokken lieten hun verschillende stemmen al galmend horen. De nachtmachinisten bij de locomotievenloods van het Centraal Station lieten alle stoomfluiten gillen, terwijl van de zeer vele oceaanstomers en mailboten, welke in die jaren aan de kaden van het oude IJ lagen afgemeerd de bronzen misthoorns voor de diepe ondertoon zorgden. Die cacafonie gaf je gewoonweg kippevel.
En het vuurwerk dan vraagt U? Tja, dat was er ook, hoewel....wat héét vuurwerk. Onze buurt was verre van rijk en men kon zijn centen wel beter gebruiken. Daarbij kwam dat het assortiment maar erg beperkt was. Zo zagen wij aan de overzijde van de vaart in de (toen nog complete)Buurtschap De Baarsjes enige sterretjes schitteren, een zonnetje draaien en door het afsteken van Bengaalsche lucifers kwamen de oude geveltjes even in een spookachtig licht te staan. Dat was het dus....
Bij ons in de Tolbrugstraat was het ook al niet veel anders. Wel schoten er gillende "keukenmeiden" zigzag over het wegdek, werden wat rotjes afgestoken en siste er een zevenklapper na vier knallen uit. Het "echte" vuurwerk, dat geen geld kostte, konden wij altijd in de Schimmelstraat vinden.....Vele kerstbomen en oude rubberbanden gaven een prachtige vuurzee, maar ook veel rook en smook, waardoor politie noch brandweer erg lang naar de oorzaak van dat feestgebeuren moesten zoeken.

En met dit verhaaltje in gedachten wensen wij elkaar een zo goed mogelijke maand en echt prettige feestdagen toe.


Terug.