A. De bananenhandelaar is de
pisang. 
B. En de tabakshandelaar is de
sigaar. 
C. De bakker verdient geen
droog brood meer. 
D. De herenmode is de das om
gedaan.
E. De lampenwinkelier ziet de toekomst donker in.
F. De Scheepvaart is de wind uit de zeilen genomen.
G. Menige timmerman heeft het bijltje er bij neergegooid.
H. Terwijl de kousenfabrieken er geen gat meer in zien.
I. De horlogemakers zouden de tijd terug
willen zetten.
J. En de confectieindustrie moet er een mouw aan passen.
K. De tuinders heeft men knollen voor citroenen verkocht.
L. De binnenschippers zijn aan lager wal geraakt.
M. De chauffeurs zijn de macht over het stuur kwijt geraakt.
N. De wagens zijn onder de belasting bezweken.
O. De wielrenners weten niet meer rond te komen.
P. De Havelaar gaat NOOIT verloren.....!!
Romi van Rij. (Dirk de Ridder)