
In onze buurt wordt voortdurend gesloopt en er verhuizen dus doorlopend mensen. Hoe gaat dit? Waar gaan de mensen wonen en wat moet er allemaal gebeuren? Bijna ieder van ons overkomt dat eens. Vandaar dat de redactie op pad is gegaan en een vraaggesprek heeft gehad met Piet Huson, ex-bewoner van een huis in de Jac.v.Lennepstraat, op de plaats waar het integratieproject (school +buurthuis (De Vierhoek)+bibliotheek) gebouwd gaat worden. Bij hem liep alles niet zo gladjes.
Ik ben in 1975 in de Kinkerbuurt komen wonen via
een woningruil. Ik heb vanaf het begin geweten dat het huis gesloopt moest
worden voor de stadsvernieuwing, maar ik heb het toch genomen omdat het een
prettige ruimte was en vanwege de huur. Mijn achtergelaten woning was te duur.
Ik wist dat ik er maar 5 jaar kon wonen en onder het motto "dan zien we wel
weer" ben ik er toch gaan wonen.
Ik ben wel aan de buurt gehecht geraakt, de markt, de winkels en ik heb hier
vrienden gekregen. Het huis was in redelijke staat en vooral de tuin vond ik
fijn. Toen dan ook het eerste bezoek kwam van een ambtenaar had ik weinig zin om
uit de buurt te vertrekken. Je verkeert dan in grote onzekerheid over waar je
terecht zult komen.
Mijn eerste reactie was afwachten tot ik iets krijg aangeboden. Omdat door ambtenaren bepaald was dat van ons blok niemand in de nieuwbouw mocht komen, hebben we op initiatief van Aktiegroep Kinkerbuurt Zuid een bewonersgroep gevormd om tegen deze onbillijkheid in opstand te komen. Bij navraag door de bezoekgroep bleek dat toch niemand naar de nieuwbouw wilde. Vooral omdat in die tijd (voorjaar 1980) mensen al begonnen te verhuizen, was de bewonersgroep geen lang leven beschoren. Ik wilde zelf niet naar de nieuwbouw omdat het te duur is en de regeringspolitiek ten aanzien van de individuele huursubsidie onduidelijk is. Dit argument speelde voor meer mensen. Ik had zelf de wijk Oud-West als voorkeur opgegeven voor herhuisvesting om toch in de buurt te kunnen blijven wonen.
Mijn ervaring met het eerste bezoek van
ambtenaren wil ik graag doorgeven aan de buurtbewoners die er nog mee te maken
krijgen. Ik denk dat het zeer belangrijk is dit eerste gesprek goed voor te
bereiden op de volgende punten: 1. de huurhoogte en 2. de voorkeursbuurt. Het is
belangrijk goed te weten wat je wilt omdat je vanaf het eerste bezoek
aanbiedingen krijgt voor andere woningen en het is belangrijk dat je je keus dan
goed overwogen hebt. Iets anders waar je totaal niet op voorbereid bent is het
deurwaardersexploit wat je krijgt, vol met moeilijke taal. Je wordt daarin
gesommeerd je huis te verlaten voor een bepaalde in het exploit genoemde datum.
Ik heb toen een brief teruggeschreven waarin ik schreef dat ik niet akkoord ging
met deze sommatie tenzij aan mijn eis was voldaan van gelijkwaardige vervangende
woonruimte. Het is belangrijk dit te doen voor het geval er een proces op volgt.
Het kan op een rechtszitting uitlopen omdat de afdeling stadsvernieuwing en de
juridische afdeling langs elkaar heen werken. Zo werd ik door de juridische
afdeling gebeld of ik al verhuisplannen had, terwijl herhuisvesting kon weten
dat ik geen goed aanbod meer gehad had. Ik heb overigens nooit op mijn brief
antwoord gehad. Voor mij is het duidelijk dat dit beter begeleid zou moeten
worden door b.v. iemand van de projectgroep.
De eerste aangeboden woning was een slechte woning, slecht onderhouden, slecht
uitzicht en slechte indeling, zodat ik weigerde. De gemeente vond dit een
onterechte weigering, want volgens hen was die woning goed voor een
alleenstaande.. Naar mijn idee houden ze veel te weinig rekening met de
individuele normen die je stelt. Bovendien hadden ze slecht geluisterd, want de
aangeboden woning had een lagere huur dan ik wilde betalen. Ik schrok dat de
gemeente dit een onterechte weigering vond. Voor de gemeente is dit geen
ramp, want je mag een keer weigeren. Maar voor mij werd de toekomst steeds
onzekerder en ik werd bang dat ik steeds dit soort woningen aangeboden zou
krijgen. Ik had het gevoel dat ik was overgeleverd aan de willekeur van de
ambtenaren. Ik heb toen een brief geschreven naar de klachtencommissie met
uitgebreid het waarom van de weigering. Er kwam een brief terug waarin
zonder argumenten mijn weigering onterecht bleef. Ook de klachtencommissie ziet
je als een "geval",
Hierna heb ik verschillende aanbiedingen gehad.
Twee aanbiedingen waren niet leeg, dit waren waarschijnlijk speculatiepanden.
Een woning was illegaal gesplitst door de makelaar. Herhuisvesting kon daar
niets aan doen omdat net in die tijd de gemeenteverordening die bedoeld was om
die splitsing tegen te gaan, door Wiegel in de prullebak was gegooid. De
makelaar zei letterlijk: "Je hebt het zeker wel in de krant gelezen, ik kan
nu mijn gang gaan.". Bij de tweede aanbieding bleek dat er toch mensen in
woonden, die overname hadden betaald aan de vorige bewoners en die zich rot
schrokken toen ik ineens op bezoek kwam. Zij wisten niet dat dit een woning was
van Herhuisvesting. Vaak wordt gezegd dat krakers de lege woningen aan het
distributiebestand onttrekken, maar mijn ervaring is totaal anders. Het waren de
makelaars en de ex-bewoners die uit winstbejag handelden.
Voor Piet had dit tot gevolg dat op de ontruimingsdag, 1 November, hij nog geen
andere woning had, terwijl ze op de hoek begonnen met slopen. De gemeente liet
na de niet meer bewoonde woningen goed af te schermen, zodat dit allerlei nare
gevolgen had. Brandstichting, een waterleiding die losgetrokken werd, zodat
alles bij mij blank kwam te staan. Inbraak was aan de orde van de dag. Ik had
voor de sloop begon weer een brief naar de gemeente gestuurd waarin ik o.a. die
gemeente aansprakelijk had gesteld voor de door mij eventueel te ondervinden
overlast en schade als gevolg van de sloop.

Toen ik bericht kreeg van de sloop en nog geen
woning had, kreeg ik het benauwd. Wat gaat er nu met me gebeuren? Moet ik naar
het rampenhotel? Toezegging van de gemeente dat mijn woning met rust zou worden
gelaten gaf me van die kant wat rust. Ik was bevreesd voor de officiele slopers.
Ik had echter niet ingeschat dat er allerlei mensen nog in de panden zouden gaan
zoeken of ze iets van hun gading konden vinden, zonder rekening te houden met de
bewoners die er nog zaten. Dit was heel bedreigend. Af en toe viel er door de
vernielingen de electriciteit uit, er werd ingebroken etc. De druppel die de
emmer deed overlopen was de watersnood die ontstond toen iemand een leiding
wegtrok waardoor bij mij een hallf uur lang het water naar binnen stroomde. Na
de watersnood zijn de woningen door de gemeente eindelijk dichtgetimmerd en de
laatste vijf dagen voor mijn, toch nog overhaaste vertrek, is het rustig
geweest. Ik vind dan ook dat de gemeente deze ellende had kunnen voorkomen, door
eerder maatregelen te nemen.
Ik wil de bewoners die nog moeten verhuizen de raad geven, om op tijd brieven te
schrijven naar de gemeente voor aansprakelijkheid voor eventuele schade en voor
verzegeling van de niet meer bewoonde panden.

Gevraagd naar zijn verwachtingen naar de gemeente: "Als uiterste datum voor reaktie op mijn eis om de door mij geleden schade van ongeveer f. 2.000,00 te vergoeden heb ik 31 Januari gesteld. Ik heb tot nu toe (4 Februari) nog niets gehoord. Mocht dit zo blijven dan ben ik helaas genoodzaakt nog meer inspanningen te doen om mijn recht te halen. Wat ik nog wil vermelden is dat ik tijdens dit hele verhuisproces veel steun heb gehad van Henk Tideman van de bezoekgroep.