Douwtrappen.           

Hemelvaartsdag 1924, 's morgens vroeg, niet zo vroeg als het behoorde, want dat is toch bij nacht en ontij, trokken wij er op uit.
Wij, dat waren onze ouders, mijn zus en ik, respectievelijk vijf en acht jaar jong.
Vanaf de Wiegbrug werd het Slatuinenpad afgewandeld, waar de tuinders, links achter de huizen, nog in diepe rust waren, maar rechts van de met wilgen beplante slootkant werden de koeien reeds gemolken.
Via de Haarlemmerweg, waar de Unionwagen van lijn 12 zich al slingerend voortbewoog, liepen wij langs het Café Sport, waarop met grote letters geschilderd stond: ROOKT SPATRAM. (wie kent dat sigarenmerk nog?)

 


Label White Star van Spatram sigaren.

Even verder, aan het einde van de schaars bebouwde Admiraal de Ruyterweg, bij het gebouw van de Wereld Bibliotheek lag de nog geheel verlaten Buitenweg naar Haarlem.
Weet U wel, beste lezer, dat deze Haarlemmerweg eens een unicum was en zijn indeling nergens ter wereld te vinden was ? Want van links naar rechts lagen daar, evenwijdig aan elkaar, voetpad, rijwielpad, autoweg, trambaan N.Z.H., trekvaart en spoorbaan, terwijl daarboven de aanvliegroute naar Schiphol lag.
Noordelijk van dit geheel slingerde de oude Spaarndammerdijk, eens de enige weg. Na een kijkje in (het nog complete) Sloterdijk sloegen wij de Slotermeerlaan in. 
Daar, waar nu het drukke autoverkeer onder de Einsteinweg onafgebroken voortraast, heerste toen nog een landelijke rust, welke slechts werd onderbroken door de vertrouwde fluittoon van de Haarlemmer-tram "De Kikker."
Van deze lommerrijke laan herinner ik mij nog heel goed, dat alle verwilderde bomen schuin stonden en hun kruinen zich meer naast dan boven de weg bevonden. De op geregelde afstanden staande gaslantaarnpalen vroegen de aandacht door hun sierlijke afwerking, terwijl de toegangsbruggetjes naar de villa's en buitenhuisjes het geheel een echt speelse indruk gaven.
Verderop liep de weg door de drooggelegde Slotermeer en eindigde op een boerenerf, waar een klaphekje toegang gaf tot een paadje, dat Malleweg heette. Dit kwam weer uit op de Uitweg bij de hoeve Vredehof.

Boerderij Vredehof aan de Uitweg.

Links af werd naar de Osdorperweg gewandeld, op welker splitsing een mysterieus groepje militaire loodsen stond, dat "De Batterij" genoemd werd. Gedurende de gehele tocht zagen wij links van ons in de verte de stad Amsterdam liggen, waarvan de torens ons ter oriëntatie dienden, omdat vader ons erop wees en deze alle bij naam noemde. Ook dieren, planten en insecten hadden zijn warme belangstelling, waarover hij boeiend kon vertellen.

       
Osdorperweg richting Sloten.                                                       Nogmaals Osdorperweg richting Sloten.

De toegang tot het dorp Sloten zag er heel wat vriendelijker uit dan vandaag de dag. De gehele wandeling ging toch maar over een gebied wat tot 1922 zelfstandig was en tot de Gemeente Sloten/Sloterdijk behoorde.
De annexatie door de grote buurman was dus reeds twee jaar een feit, wat ook inhield dat de paardetram naar de Overtoomsesluis bij de Gem.Tram A'dam kwam. Deze pikte dat niet en verving de paardekrachten vlug door T-Fordjes, waarop een "carrosserie" gebouwd werd met extra zitplaatsen.
Toen wij dan ook met deze "motortram" mee wilden, bleek het (voormalige paardetram)-aanhangwagentje vol te zijn, waarp wij in de "tractor"-plaats mee mochten.
Dit betekende voor ons de allereerste rit van ons leven in een automobiel, wat beslist geen genoegen was op hardhouten bankjes, terwijl de achterwielen massief hardrubber banden hadden en het wegdek nog "middeleeuws" was.

 

Dit was zomaar een jeugdherinnering uit het grijze vereden.

Terug.