DIE School.               

DIE school dat was een kippenhok
daar zaten de kinderen als op een stok. (Zo luidt althans een oud rijmsel.)

Dit was dan nog waar ook, want keurig recht achter elkaar, fier rechtop en de armen over elkaar geslagen, zo moesten wij toen zitten als de leerkracht ons wat ging uitleggen.

Mijn eerste schooldag in September 1921 bracht mij in een klaslokaal wat qua inrichting en sfeer niet te vergelijken was met de huidige onderwijs-instellingen.
Vaststaande banken met gietijzeren zijstukken, het "vak" voor het (uniform) opbergen
van de schoolbehoeften, dan de inktpot met dekseltje, dit dan voor de hogere klassen, want wij nieuwelingen begonnen met griffels en lei plus een spons en lapje, waartoe een sierlijke griffelkoker en sponzendoosje behoorde (ja, met die onvermijdelijke, uitlopende bruine boon daarin, als een soort natuurkunde-les).

 

   

   

De "Juf" (of meester) zetelde achter een katheder voor een enkelvoudig bord op een verplaatsbare ezel.
De verlichting bestond uit gaslampen welke na het aansteken eerst een grillig vlammenspel ten beste gaven, dit dan ter voorverwarming van de kousjes die vlot daarna aanfloepten en een suizend warm licht uitstraalden. Deze aangename sfeer werd nog verhoogd door het loeien van de anderhalve meter hoge "Godin" steenkolen kachel.
De lessen begonnen en eindigden door middel van een koperen scheepsbel, welke ook vanaf de buitendeur in beweging gebracht kon worden, zodat de "telaatkomer" zich altijd zeer luid aankondigde.
Elke vorm van electra ontbrak, zelfs de telefoon schitterde door afwezigheid.
Helaas heb ik van deze heerlijke en gemoedelijke primitiviteit niet zo heel lang mogen genieten, want zo'n paar jaar later marcheerden wij met vliegende vaandels en slaande trom (ja letterlijk) naar de nieuwe school, welke geheel voldeed aan alle eisen van de toen geldende moderne tijd, dus zeer ruim en steriel gebouwd, ook voorzien van een gym-lokaal, electrische straalkachels in de muren etc., maar in vergelijking met de oude intieme school was deze wel kil en onhartelijk.

In de hoogste klassen van zo'n U.L.O.-school kregen wij natuurkunde-les in een speciaal daarvoor ingericht lokaal met amphitheater's opgestelde banken en kasten vol apparatuur. Daar leerden wij het uitzettings-coëfficiënt, de communicerende vaten, de Wet van Archimedes en nog veel meer wat heel vlug bleek. Uit de leehringhe ende vermaeck, want zo was onze leeraar. Tijjdens een van die door ons met veel animo gevolgde proeven, bezig met een chemische formule, welke hij eerst op het bord schreef om het daarna in werkelijkheid in de praktische zin uit te voeren.
Hij herhaalde daarbij: "Wij nemen dus zoveel gram van dit en zoveel gram van dat poeder, vervolgens zoveel millimeter uit deze flacon, vermengen dit en verhitten dat boven de vlam. Als we nu goed opletten dan krijgen wij..."
Nou, dat hebben wij met alle zintuigen kunnen waarnemen, want met een reuze knal ging de (geslaagde) proef de lucht in...
Onze fijne meester lichtelijk verschroeid, het lokaal naar de Filistijnen, alle ramen lagen op straat en wij enthousiast/sprakeloos van bewondering. Brandweer en politie over de vloer en wij drie dagen vrij om bij te komen. Dat was nog eens realistisch onderwijs, of niet soms ?

Maar  niet alles was vreugde, want ineens werd het niet ZOO, maar ZO van de SpellingMarchant. Het manlijk en vrouwelijk (maar dan in onze taal) behoefden wij niet meer te weten, zoals den heer en de dame, terwijl de sch aan een woordeinde meestal verviel, dus begonnen wij onze taal maar opnieuw te leren.....

 

Terug.