

Spuistraat 4.
Heel wat lezers zullen dit uitroepen als ze
bovenstaande afbeelding herkennen, waarvan de sierlijke toegangspoort al heel
wat onzer stadsgenoten een welkome toegang verschaften tot de grote huiskamer,
om zich even later te verlustigen aan een stevige maaltijd zoals "bij
Moeders thuis" ook altijd op tafel kwam.
Ja, reken daar maar op. Uw verteller kan het weten en heus niet uit overlevering
door derden, want ik ben daar ruim een kwart eeuw in de kost geweest. Dit begon
al in de koude winter van 1930, toen men mij inwijde in de geheimen van dit
eethuis en ik daar niet alleen een warme neus, maar ook een heerlijke portie
snert al genietend naar binnen kon werken voor enkele stuivers. Gedurende koud
en guur weer werd dit adres steeds weer mijn toevluchtsoord, maar vanaf 1948
mijn dagelijkse kosthuis, alwaar ik sindsdien met veel variatie de inwendige
mens ging versterken.
Maar niet alleen dát, want de hartelijke en persoonlijke bediening bezorgden
ons ook een warme geestelijke voeding, wat er dan ook de oorzaak van was, dat de
grote schare hongerigen steeds weer dit voedselhuis trouw bleven.
Nog voordat je jas aan de kapstok hing stond het bord van je keuze al dampend
voor je klaar zodat je gelijk kon aanvallen. Het kost mij dan ook niet de minste
moeite om die ijverige en hartelijke dames van de bediening voor de geest te
halen, welke altijd zeer behendig en razendsnel met meerdere portie's tegelijk
door de zaal balanceerden, zodat wachtende gasten daar nooit te zien waren.
Zo was daar Lena, gedecideerd en spontaan. Dan Coba en Pauwtje als (tweeling?)
zusters lichtvoetig en gracieus. Ook Bep, het vlotte vrouwtje en echtgenote van
de altijd bezig zijnde kok, die hoewel klein van postuur als een ware veldheer
achter zijn grote fornuis dat regiment voedselborden wist te beheersen en dit
heus niet met rats kuch en bonen, maar van een echte burgerpot wel.
De door ons opgegeven bestellingen werden dusdanig luid via het loket
doorgegeven dat dit door ons allen goed hoorbaar was. Deze
"geheimtaal" kostte de nieuwkomers wel wat hoofdbrekens, zoals
daar waren een-bord en een-schotel (dus zonder of met vlees), ook halfom
(met een extra lepel spekvet door de jus) en dan dat onsmakelijk klinkende ei-met-suiker
of ei-met-stroop, wat dus inhield dat dit een eierpannekoek met die
zoetigheid betrof.
Dan was daar ook nog een kostelijke variatie van dis-genoten en de zaal
rondkijkende zag men de meest kleurrrijke maar ook kleurloze figuren. Een
ware keur van onze samenleving zat daar, zoals boeren, burgers en buitenlui,
bekende straattypes, maar ook kantoorheertjes, beambten en studenten. Vooral
gedurende de vakantie-periodes schitterden de vele geüniformeerden van o.a.
spoor- tram- en postpersoneel, maar ook de toen keurig in chauffeursuniform
gestoken taxibestuurders, van wien het gezin elders in den lande in een
zomerhuisje vertoefde. Deze "ontheemden" koesterden zich maar al te
graag aan de zorgzame bediening en genoten met hun koffie en biertje toe van de
altijd gemoedelijke sfeer en genoeglijkheid.
Zo heb ik als tafelgenoot vaak de toen bekende Hubertus Zuurbier (Had-je-me-maar
van de Rapaillepartij) mogen begroeten en was het een lust om zijn
"verhaaltjes" aan te horen. Als hij binnenkwam nam hij nadrukkelijk en
met zwier zijn flambardhoed af, maakte een lichte buiging en wenste de
aanwezigen een goedendag.
Zo ben ik ook getuige geweest van zijn gestadige achteruitgang en aftakeling.
Zijn woordenkeus liet steeds meer te wensen over, terwijl het vest van zijn
drie-delig costuum de duidelijke sporen van voedsel en kwijl gingen vertonen.
Adrem was hij niet meer en toen een jeugdig persoontje, tegenover hem zittend,
hem politiek begon te sarren en echt te zuigen wist hij daar geen antwoord meer
op te geven. Toch kreeg dat jochie wel degelijk een "mondelinge"
reactie...Want Zuurbier, door machteloze woede overmand, stortte de gehele
inhoud van zijn mond over zijn rivaal uit....Als straf werd niet zijn belager
maar Hubertus de straat op gestuurd met de boodschap weg te blijven. Enkele
maanden later werd hij (zonder belangstelling)) begraven....
Nog veel meer kan ik van deze V.G.K. (Volks Gaar Keuken) vertellen, welke in
1870 werd opgericht door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen en waarvan de
Spuistraat nummer 4 nog de enigste overgebleven van de oorspronkelijke zeven
vestigingen is en onder de huidige naam "De Keuken van 1870" een naar
de eisen der tegenwoordige tijd prima maaltijd voor(t)zet en dit als vanouds
voor een zeer redelijke prijs in een nog steeds aangename sfeer.
Maar mijn ruimte is alweer vol en om nog meer uit die (gaar)keuken te klappen wil ik toch eerst wat ruggespraak met de opvolgers van eens mijn "kostbaas".

Spuistraat 4. Tegenwoordig gaarkeuken á
la carte.