De Vliegende Hollander 
en het stinkertje

Van het overijverige bestuur van ons buurthuis De Havelaar vernam ik dat er eerdaags, op een daartoe geheel afgesloten (dus veilig) straatgedeelte een snelheidswedstrijd op (de wedergeboren) Vliegende Hollander gehouden zal worden.
Deze mededeling deed mij direct zo'n zestigtal jaren teruggaan en in gedachten zag ik mijzelf weer voortploeteren op zo een elleboog-stoom-voertuig, waarmee wij ons, in vrijwel alle straten van onze toen rustige stad uitleefden...
Dat het toen een echt uitgesproken genoegen was om over de, in die jaren hobbelige klinkers en keien heen te vliegen, met zo een iel geval op erg smalle harde wieltjes, wil ik nu wel betwijfelen.
Naast de één- en tweepersoons, waren er ook die "dubbele aandrijving" hadden (zie bovenstaande tekening) en dan met "vereende krachten" tot een leuke snelheid te krijgen en te behouden waren. Ons favoriete spel was, om-de-beurt, van een helling der Kostverlorenkade naar beneden te suizen en wel het liefst over de grote basalt-blokken, vlak langs de waterkant, omdat daar de steilste helling lag en de rechter wielen minder deden schokken, zodat de snelheid vlug zo groot werd dat de hefboom losgelaten moest worden en met de handen angstvallig aan de zitting geklemd, de Tolbrugstraat ingeraced kon worden.
Néén, we zijn toen nooit de plomp ingereden, hoewel het wel spannend was, zelfs zo, dat ik het de laatste tijd 's nachts nogal eens dunnetjes overdoe...Rakelings langs het randje dender ik naar beneden om dan halfsweegs het spoor bijster geworden, omlaag stort, het water tegemoet. Nat ben ik nooit geworden, want dan schrik ik wakker uit die héérlijke droom.


Brandglas.

Daar, waar ik nooit wakker van lig, is dan het stinkertje en zijn gevolgen. Want, door via een "brandglas" (vergrootglas) de zonnestralen te bundelen en het brandpunt op een oude schoenveter te richten, begon deze te branden en langzaam smeulend een stinkende brandlucht veroorzakend. Een buur(t)vrouw, welke ons het spelen voor haar woning steeds belette, heeft dat toen heel goed geweten. 
Door zo'n stinkertje aan de binnenkant van haar brievenbus te klemmen werd haar gangetje met een doordringende schroeilucht vergeven. Haar bovenbuur nam die stank het eerst gewaar en snelde de trap af. Door hard aan te bellen alsof er brand was, kwam de buur(t)vrouw vanuit haar keuken, door de walm heen, verschrikt naar voren gerend. Doordat de straatdeur geheel was opengesmeten, bleef de smeulende veter buiten het gezichtsveld, wat de algehele onrust alleen maar deed stijgen. Pas een buurman (die ook jong was geweest) wist de oorzaak te vinden...

In de Korte Bleekersstraat was toendertijd een smid gevestigd, welke zijn acetyleengas, nodig voor laswerk e.d. in de toen gebruikelijke dubbelwandige carbidvergasser zelf maakte. Raakte dat gas op dan kieperde hij (gewoon...) de resterende troep altijd in de goot. Nou wij er op af om de nog "bruikbare" stukken carbid eruit te vissen. Na daar eerst flink op gespuugd te hebben deed het brandglas het ontstane gas "leuk" ontploffen, maar ook dit spelletje ging ons vervelen en omdat ook kleine jongetjes wel van experimenteren houden, spaarden wij dat carbid in een bus op, zodat wij op een goede (bijna "kwade") dag de gehele voorraad in een rioolput van de Tolbrugstraat mieterden. Een lang "stinkertje" werd tot in het putgat van het deksel uitgelegd en wij jongens renden via de Wiegbrug naar de Baarsjesweg, waar wij vol verwachting op een zandschuit plaatsnamen.
Plotseling kwam het putdeksel omhoog, gedragen door een geweldige vuurkolom werd dit de ruimte ingeslingerd, gepaard gaande met een ontzettende knal, welke zich via de afvoerpijpen van de gootstenen en toiletten (je zal er maar juist op zitten...) voortzette.
Nou, toen brak de pleuris uit. De brandweer kwam aangeraced en denderde via de kade naar de plek des onheils, een legertje dienders probeerden gelijk maar even met hun loodzware Simplex-dienstrijwielen het snelheidrecord te verbeteren en kwamen plat de hoek om en wij....wij hielden het, veiligheidshalve, maar voor gezien en verdwenen uit het gezichtsveld.
Keurig tegen etenstijd thuis gekomen vroeg mijn moeder waar ik toch gezeten had, want je was vanmiddag niet voor de deur en ik had heel veel gemist. O ja, wat dan? Na haar uitvoerig verhaal kon ik mij niet langer goedhouden en barstte in lachen uit, haar in grote verlegenheid brengend. Zij informeerde liever maar niet verder want de brandweerlieden hadden gezegd dat de daders wel weer op het kekhof zouden liggen. En hoewel zij dat in dit geval liever niet zag zitten, liet zij het er  toch maar zo bij zitten.

Terug.