
Oftewel.... het verschil tussen het toenmaals Plechtig-in-het-huwelijk-treden en.... even-vlug-trouwen.
Dit kon men voor 1940 in ons (inmiddels-oude) Stadhuis terdege
waarnemen, want zo luidde toen het alom bekende gezegde: "Verschil van
stand moet er nu eenmaal zijn..."

Oude Stadhuis, O.Z.Voorburgwal 195-199. Ets
van Jac.Plugger.
De elite-klasse huwde vanzelfsprekend in de 1e
Klasse Trouwzaal, alwaar deze plechtigheid in de meeste gevallen door Mijnheer
de Burgermeester persoonlijk voltrokken werd. Vanuit de glanzende limousine's
schreden het Bruidspaar en hun gevolg onder de fraaie luifel van de wijdse
ingang (no.195) en de royale hal binnen. De lagere klassen bereikten hun
trouwzaal ook nog vanuit de statige voorzijde, via de hoofdpoort op no. 197 aan
de O.Z. Voorburgwal en ging het aldaar evengoed plechtstatig en verblijdend
feestelijk aan toe. Maar...om geheel compleet te zijn. Dit
historische gebouwencomplex bezat ook nog een geheel andere toegang tot
hetzelfde doel. Dat was de ingang waar men, door kosteloos te trouwen, ook hun
"boterbriefie" kon ophalen.
Even voorbij de Prinsenhofsteeg aan de O.Z. Achterburgwal, onder de hardstenen
stoep van no. 170 was een "stoot-je-hoofd-niet" doorgang, vanwaar men
in het souterrain moest afdalen. Ach ja, alle waar is naar z'n geld en aangezien
men hier met dichte beurs hetzelfde resultaat kon bereiken, was de entourage
navenant sober.

O.Z. Achterburgwal 170.
Lieden, die om de een of andere reden dit
document van node hadden, of al die franje hieraan verbonden maar lariekoek
vonden. wipten even tussen hun werk door hier naar binnen. Helaas ook die
paartjes, welke voordien met hoge verwachtingen deze feestdag tegemoet hadden
gezien, kwamen door omstandigheden gedwongen, in deze kelderruimte terecht. Wij
leefden toen in een crisistijd, waar voor zeer velen armoede troef was.
Maar hun leven ging toch gewoon door en als het mis was gegaan ontstond toen het
bekende een moetje. Vielen deze twee feiten samen dan kelderden in
letterlijke zin deze feestelijkheden dat bewuste trapje af.
Het kwam dan ook geregeld voor, dat deze gehaaste aanstaande echtelieden, voor
de ambtenaar staande, van deze de vraag te horen kregen: "Waar zijn uw
getuigen ?" Door het spoedeisende en de schande voor de familie was hun
deze wettelijke verplichting geheel ontgaan. Goede raad was in hun geval niet
duur. Buiten op straat hingen altijd wel wat lanterfanters rond, welke hun
diensten maar al te graag aanboden. Naar gelang hun "uitmonstering"
variëerden hun tarief van enkele tot meerde kwartjes, zodat het gezelschap toch
compleet werd en het "feest" doorgang kon vinden.
Vaak werd dan toch al bij een van de ouders "ingetrouwd". Zo werd een
kamer(tje) vrij gemaakt en van het nodige voorzien. Dat bespaarde dus gelijk de
extra huur- en inrichtingskosten. Was deze oplossing er niet, dan moest men maar
al te vaak naar een "afbetalingszaak", zoals het toen bekende
"Crediet Warenhuis" van A.Winter & Co, eerst gevetigd in de
Amstelstraat 24-30 (waar eens o.a. het Panopticum in zat) en daarna in hun
nieuwbouw aan de Weteringschans 165 (waar voordien de "Ambachtschool van de
Mij voor den Werkenden Stand" gevestigd was en ondergetekende nog
tekenonderricht genoten heeft). Met grote letters prijkte daar op de gevel:
"Spreek met Winter en het komt in orde." Dat was beslist altijd het
geval.....voor Winter althans zeker, want deze hulpvaardige wist heus wel aan
zijn trekken te komen.

Ambachtschool Weteringschans
165.
Verbouwing ambachtschool.
Wat die inwoning aangaat, onderhuur was in die
slechte tijd schering en inslag. Het was mooi meegenomen en heel wat mensen
maakten ruimte voor een betalende kostganger. Zo heb ik toen een echtpaar
gekend, welke een eenkamerwoninkje bewoonden. Ook zij maakten ruimte voor
een kostganger. Zaten zij 's morgens aan hun ontbijt, dan kwam deze thuis en
schoof aan. Ging het echtpaar naar hun werk dan kroop de nachtwaker in het nog
warme bed. Kwamen de hoofdbewoners 's avonds thuis dan was de gezamelijke
legerstede keurig opgemaakt, de kamer netjes aan de kant en het eten stond te
koken. (Zij leefden nog lang en gelukkig).
Op onderstaande foto ziet u het bruidje met pomadehoofdje in haar
Zondagse jurk de bruidsauto van de trouwstoet bestijgen. Gezien de ritprijs van
10 cent kon dat best, want was b.v. de Jordaan het einddoel, dan lag dat binnen
dit tariefsgebied, wat het gevolg was van de (Blokband) taxi-oorlog in de strijd
tegen de "snorders" en de "geelband" en "witband"
en de z.g. "Tweetax" (waar slechts 2 personen in konden). De fooien
moesten de rit goed maken, terwijl de tram met de
"korttrajecten-prijs" van 5 cent ook al meedeed. (zoals b.v. van
de Westermarkt naar het Centraal Station voor 1 stuiver).
Zie OOK de blaastoeter in en de olielampjes bezijden de voorruit, waaraan de
bovenhelft omhoog geklapt kon worden, de radiateurhoes en het reservewiel (band
+ velg) op de treeplank. Deze auto's waren toen als TAXI gebouwd, dat is heden
wel even anders.....
