

Er stond nog veel meer opgesteld dan deze
tekening poogt weer te geven.
Onze trouwe lezers hebben in het vorige nummer de
aankondiging gelezen, dat onze ijverige redactie het voornemen heeft al de
buurtscholen de revue te laten passeren. Zij willen dit doen in een soort
vervolgverhaal, dat in vroeger jaren een feuilleton werd genoemd en dan ook door
de jeugd van die dagen als een "vuile-ton" door het leven ging.
Het leek mij leuk om ook hierin een schoolse bijdrage te leveren, ware dit niet
dat ik mijn schoolervaring reeds eerder via deze rubriek aan den volke kond
deed.
Dan maar mijn bezoek aan de "Bewaarschool" in de ter Haarstraat, welke
nu de vrolijke naam "Okkie Pepernoot" draagt, maar in mijn tijd
slechts werd aangeduid als behorende bij de Stichting (en let nu
op...)Vereeniging ter Behartiging der Godsdienstige Belangen van de Bewoners der
Buitenwijken van Amsterdam. (ja want tot 1922 kwam je, na het passereen van onze
Wiegbrug in de gemeente Sloten).
Slechts zeer korte tijd ben ik (rond1919) in dit gebouw "gestald"
geweest, waarvan ik nog weet dat ik bij de zandbak achterin, door de kieren in
de schutting, de bewegingen van de patiënten van het Juliaantje met grote
belangstelling kon bespieden....
Ook herinner ik mij nog die scherpe stofkam welke mijn zorgzame moeder hanteerde
om de ongewenste en nogal eens voorkomende "pietjes" van mijn hoofd,
dus hun "eettafel" te verwijderen. De oorzaak hiervan lag in de
gewoonte van die tijd, dat kinderen altijd, ook 's zomers goed
"gemutst" over straat gingen, de schoolkapstok noodde dan tot
overlopen.
Welke ziekte nu de oorzaak was van de vele, toen vaak heersende epidemiën, 't
zij de kinkhoest, of roodvonk, of maselen, of alledrie tegelijk....Ik had de
massel, want na enkele maanden mocht ik niet meer naar het schooltje en bleef
lekker-thuis, want ook de veelvuldige stoelgang van al die kinderen vond ik maar
zo-zo. Vandaar de naam van toen: Kakschool.
Toch heb ik nadien dat schoolgebouw nog vele
jaren bezocht. Van mijn 7e tot mijn 14e levensjaar bezocht ik 's Zondags 's
morgens de Kinderkerk. Deze tijdsperiode weet ik zo precies, omdat ik nog al die
boekjes bezit, welke tijdens de jaarlijkse fantastisch fijne Kerstfeestviering
uitgereikt werden. Titels zoals o.a.: Van dakpannen en padzoekers", maar
zeker ook het toen bekende "Peerke en z'n Kameraden" alle natuurlijk
van de uitgeverij Callenbach Nijkerk stonden zeker borg voor de inhoud dezer.
Het laatste GESCHENK (zoals dat in die boekjes vermeld stond) dateert van
her Kerstfeest 1928 en droeg de vreemde (Kerst)titel "Kermiskind".
Het kost mij dan ook beslist geen moeite om de
"voorgangers" voor de geest te halen. Deze waren boeiende
vertellers. Zo zie ik ze nog voor me, Mijnheer Uit den Boogaart, een robuuste en
waardig sprekende persoonlijkheid, dan de kleine, vol vuur redenerende heer
Kniese en de echt zo fijn vertellende juffrouw van Stree. Ook de organist, welke
al die jaren elke Zondag present was, al deze echte kindervrienden stelden zich
belangeloos voor hun Geloof en ons ten dienste op.
Die fijne Kerstsfeer welke deze mennsen ons deelachtig deden worden, deze
Kerststemming wens ik U beste lezer(es) van harte toe.
't Zij in gezinsverband, maar ook U alleenstaande, die deze (moeilijke) dagen
éénzaam door moet brengen.