

J.C. Sinck met zijn zelf ontworpen paardentakel.
Doordat zowel Ome Dirk de Ridder als ook meneer
v.d.Berg vrijwel gelijk met gegevens over deze Sinck bij mij kwamen, wil ik deze
zo bekende figuur in ons stukje opnemen.
Als nu een te water geraakte auto door de brandweer op het droge wordt gehesen,
staan de wallekanten rondom altijd weer vol met genietende belangstellenden.
Dat was in vroeger jaren ook al zo, alleen was het toen veel meer spectaculair
omdat het meestal bespannen voertuigen betrof.
Wanneer paard en wagen de "plomp" in doken was er wel wat meer te
beleven, vooral als het een dubbel-span paarden betrof, welke door de
wegzinkende wagen mee naar beneden werden getrokken. Een echte
koetsier dook zijn beesten achterna om hen van hun tuig te bevrijden. Daarna
werd het een getrek en gesjor om die arme dieren tegen de steile wal op te
trekken, wat meestal niet zo best afliep...
Sinck klaar om uit te rukken.
Nadat J.C. Sinck een reddingstoestel had
ontworpen, voorzien van een grijper, dat als een soort corset om het paardenlijf
ging waardoor deze viervoeter pijnloos uit de gracht werd gehesen, besloot Bram
om van die uitvinding gebruik te gaan maken.
Als de uitgerukte kar van Sinck (een begrip in de jaren rond 1900) in volle
galop voorbijreed rende een ieder er achteraan, om van dat schouwspel vooral
niets te missen...
Zo vertelde meneer v.d. Berg dat hij tegenover zijn woning aan de Westerkade een
uit de Tuinstraat komend span paarden met wagen de Lijnbaansgracht in zag
duiken, doordat die hoek te kort en te smal is en de gladde keien geen houvast
aan de beslagen hoeven gaven. Toen Sinck eindelijk ter plaatse was (telefoon was
toen een luxe) waren de arme beesten al in de modder gestikt.
Maar Bram had ook een paardenslagerij (aan de Schans, nu Marnixstraat, bij de
Rozengracht), dus werden de kadavers (voordelig) opgekocht en op de wal gehesen.
Om nu het te slachten vlees zo schoon mogelijk in zijn slagerij te krijgen,
werden direct ter plaatse de paardenlijven opengesneden, waardoor het water uit
maag en longen, alsook het bloed weg kon lopen....(ja, U raadt het goed, in het
toch al niet zo heldere water van de Lijnbaansgracht; milieu-groepen bestonden
toen niet).

Na Sinck heeft de Stads Reiniging deze klus overgenomen en stond de
reddingswagen gestationeerd achter die grote ijzeren deuren op de Bilderdijkkade
naast nummer 64.
Vanaf 1926 nam de Brandweer deze taak voor zijn rekening omdat deze 24 uur per
etmaal beschikbaar is en (dit Korps eigen) dat meteen goed aanpakte door bij
Renault in Parijs een 11 ton zware kraanwagen, naar hun eigen ontwerp, te laten
bouwen. (Hefvermogen 3500 kilo).