Bloemlezing van straatliedjes, gezegden en uitdrukkingen  van voor 1940. (3).   



In die tijd, toen paarde-tractie nog een gewoon straatbeeld was wilden jochies graag paardjerijden en wel op (groot)vaders knie, waarbij het rijtempo aangepast werd met de tekst:
"Het karrepaard gaat sjok-sjok,
het damespaard loopt hop-hop en
het renpaard remmerderamber...
Ook kleine meisjes wilden wel zo iets, dat ging dan als volgt:
Aaltje zat op een paaltje
Wip zei 't paaltje
dan ging de knie ineens omhoog en verdween opzij.
Weg was ' paaltje.

In geval van een akelige hik moest je in één adem opzeggen:
Hik - sprik -sprouw
ik geef de hik aan jouw
ik geef hem aan een anderman
die de hik goed verdragen kan
of
Ik heb de hik, ik heb ze dik, geef het aan Jan die 't goed verdragen kan
Mijn zusje zeurde nog wel eens om een snoepje en kreeg dan te horen:
Meisjes die vragen
Worden overgeslagen
Meisjes die zwijgen
Kunnen alles krijgen.
Na bedremmeld te zijn weggelopen kwam ze later terug en zei:
Mama,...........ik zwijg.....
en dat had wel succes.

Heb je wel gehoord
Van die holle-bolle wagen
waar die bolle Gijs op zat ?
Die kon schrokken
grote brokken
een koe en een half
en een heel paard (half)
en een os en een stier
en zeven vaten bier
en een schuit vol schapen
en......nog kon Gijs
van de honger niet slapen.

Raadsel (wat nu geen kind meer kent)
Een houten huisje
een koperen kluisje
een ijzeren draaiom in 't gat
ra ra wat is dat?

dat was een koffiemolen van Oma toen.

De toestemming om op straat te mogen spelen kreeg vaak de toevoeging mee: "Als je maar niet in zeven sloten tegelijk zit."
Als joch wilde ik mij nog wel eens verdienstelijk maken en vroeg aan een koetsier of chauffeur: "Baas, mag ik mee helpen lossen?". Mocht dat dan was de opmerking van voorbijgangers: "Als de knecht een knechie heeft dan heeft zijn baas er twee."
Was de vrachtrijder daar niet van gediend kreeg je te horen: "Jongen, ga naar je moeder en pies de kommetjes vol."
   
Toen in het begin van deze eeuw de Maggi-soep-producten hier hun bekendheid begonnen te krijgen stond er op de Nieuwmarkt een koopman met een kruidenstalletje. Deze man galmde: Voor een dubbeltje foelie en voor een kwartje maggie.
Vroeg je plat aan iemand: "Wie loat tis ut ?, dan kreeg je meestal als antwoord: "Pilatus is dood" of "Kwart over de sluis, als je hard loopt ben je vlug thuis."
Diverse gezegden:
In het begin van 1900 was het gewoon dat een nieuwe arbeidsgezel zijn eigen werkkleding en handgereedschap in een zak meebracht die daar bleef. Kreeg hij om de een of andere reden zijn ontslag dan kreeg hij "DE ZAK".
Later, toen er wekelijks door de baas rentezegels voor hem geplakt moesten worden (Ziekte- en Invaliditeitswet), toen werd de algemene uitdrukking gangbaar dat hij zijn rentekaart wel op kon halen.
Moest zich eens een werknemer bij de portier melden, dan heette het:" D'r staat een vrouw met een baby aan de poort."
Een halve dag werken b.v. Koninginnedag of tijdens Oudejaarsdag noemde men een Blinde-Zaterdag omdat dan geen weekloon werd gevangen.
Een "witwerkerstafeltje" was eens de bekende benaming voor een ongeschilderd vurenhouten keukenmeubeltje, hetwelk bij vele timmerwinkels en op het Amstelveld te koop was. Doordat dit ook steeds weer schoongeschuurd werd bleef het deze populaire naam behouden....

Straatliedjes:

Hadiadoe Mijnheer Colijn, hadiadoe
Ik zou wel willen maar ik mag 't niet van me moe,
als ik 't van m'n vader mag,
nou dan deed ik 't elke dag

hadiadoe, hadiadoe, hadfiadoe.

Ik heb eens in een boekie gelezen
Koning Salomo dat was zo een beest
want die goser had drieduizend vrouwen
wat is dat toch een pooier geweest
Hoerelie, hoerela hop-hop-sasa.

Ach moeder geef mij toch een man, fideldy,
ach moeder geef mij toch een man, die
voor mij de kost verdienen kan, fideldidy.
en
Een meisje, rood van kleur
stond 's avonds aan de deur
en ze zei toen: Ach mijnheer
kom eens binnen voor een keer.
(Dit is voor de oud(re) mannen, om het verder af te maken, want als ik dat doe bezorgt mij dat veel last...)

Had er eentje  last van gasvorming zodat
horen en zien je verging
dan kreeg de veroorzaker te horen:
Nou, jij bent ook nog laat open
voor zo'n klein rot zakie..."

Raadseltje wat als uitkomst de toen veel gedragen hand-mof-van-bontwerk had:
Ding - ding - juffersding
haar er op en gat erin....

Om de K van Kaatje
liep een grote spin
Drie keer om het gaatje
de vierde keer erin....


Met dit alles heb ik "slechts" weergegeven wat gedurende die jaren overbekend was.

 

Terug.