Bloemlezing uitdrukkingen, gezegden en kreten van voor 1940. (2)       


U kunt beter door mij bediend
worden dan door meneer pastoor.

Over je einde of Kat in bakkie
Als iets goed lukte.
En dan gaat-ie van Jetje
In een poging daartoe
Knippen en scheren
Als het karwei compleet klaar moest
Pik 'm bij z'n pak of Saccó en Vancetti
Tijdens het ophijsen of bij het vieren van een
last door verhuizers en ook in de haven, dit
ten tijde van de executie op de electrische
stoel van deze personen in Amerika.
Na de klus werd een
Pikkutanissie genomen
Stront aan de knikker
als bleek dat er toch iets fout was
Dan was 't:

Vooruit jongens,
Wat jongens, jongens lopen in je nek
Smeer het maar in je haar
dan blijft het goed zitten
Bij een rot advies.
1 PK havermotor met long-ontsteking en zweep-aandrijving.
Een karrepaard.
Anderhalve man en een paardekop,
Bij geringe opkomst.
Dat kan bruin niet trekken.
Als iets te duur was.
Voedsel perikelen:
Aangenaam, verkwikt en aanmerkelijk aangedekt.
Na een goede en smakelijke maaltijd.
Vieze varkens wordn niet vet.
Als een kind het eten niet lust.
Daar is niet in gespuugd hoor of
Kruimeltjes zijn óók brood.
Als 'n kind z'n bordje niet leeg eet.
Bewaren is zonde, 't is voor de kat en voor de honde.
Als een klein kliekje wordt bewaard.
De hond in de pot.
Als je te laat thuis kwam.
Allen wat  van 't stokvisnat.
Bij 't verdelen van 't eten.
Kom je over de hond dan kom je over z'n staart.
Over je einde.
Wel mijn dagje maar niet mijn weertje.
Een dag met een gaatje.
Daar komt een schip met zure appelen.
Slecht weer op komst.
Stukkies draaien.
Voor spijbelen.
Voor spek en bonen meedoen.
Aan me hoela.
Voor een habbekrats, dat is bijna voor noppes.
Publieke reacties gehoord bij een politieke redenaar op een zeepkist:
Hé leugenaar, ga van dat dak af.
Boerekarhengst, van mij kan je wat.
Gladjakker een pet met ZO'N klep.
Hij lult uit z'n nek, daar heeft hij een gat in.
Hé broer daar hei-je geen kaas van gegeten, dus hou jij-je melkmuil maar goed dicht.
Jij bent nog slechter dan laken van één cent per el, en dát is pas goed rot.
Geef mijn portie maar aan Fikkie.
Die vent is geen knip voor de neus waard.
Inbeelding is erger dan de derde daagse koorts.
De rooien zongen dan hun lied:
Wie z'n vader heeft vermoord
En z'n moeder heeft vergeven
Die is nog veel te goed
voor het soldatenleven.
Maar eenmaal komt de tijd
dat we die rotsooi gaan verlaten
Vervloekt zij 't regiment
Lang leve de soldaten.
Uit de tijd van het gebroken geweertje.
Wat een gezicht van oude lappen, hang er een mat voor.
Dit kreeg iemand te horen welke met een gezicht als een oorwurm liep.
Geld of de kinderen wakker.
Gekscherend gezegde bij het ophalen van geld of poffen.
O Here me tijd.
Uitroep bij een jobstijding.
Wij nemen lijn twee.
Dus met de benenwagen.
Bij de neus genomen of
Er kaal vanaf komen.
Tijdens bezoek aan de kapper.
Oh, niets te danken,  geef maar een kwartje.
Een kwartje voor je gedachten.
Je bent nu een kwartje meer waard.
Na een wasbeurt.
Overal cacte ze, op tafel, op de kast, zelfs in de keuken.
Bij een cactus liefhebster thuis.
Bij het naar achteren gaan was het meestal:
Ik ga mijn zwager een hand geven en
Hoe een man daar aan zijn eindje kwam.
Poep je niet dan rust je toch
Komt de baas dan poep je nog.
Gelezen op toiletdeur.


Hoe 't gaat gaat 't. Het eindigt altijd op stront, want praatjes vullen geen gaatjes.


Ká, kom d'r eut, dan sal ik je deuke.
Tijdens een standje of bonje, dus ruzie.

Terug.