Bloemlezing straatliedjes, gezegden en uitdrukkingen van vóór 1940.       

Voor elk wat wils........

Aftelversjes en liedjes bij het touwtjespringen:                                                                            Raadsel-liedjes

Ie-wie, waaiweg - en -
Ik pik drop
sodemieter op - en -
Amsterdam-Nieuwersluis
trappetje op naar 't gekkenhuis.
k liep laatst door een straatje
en zag een boerenmeid,
hield met haar een praatje
en weet je wat ze zeit?
2 been zat op 3 been
toen kwam 4 been om 2 been te bijten
toen nam 2 been - 3 been
om naar 4 been te smijten.
oplossing: man-krukje-hond
Op de Amstelveenscheweg
stond een rijtje bomen
alle bomen waaiden weg
op die Amstelveenscheweg.
Anna stond te wachten,
ze wachtte op haar man.
's Nachts om twaalf uren
kwam die smeerlap an.
Anna ging naar boven
haalde een dikke stok,
ging daarmee naar beneden
en sloeg hem op z'n kop.
De Koning van Egypte
die had een ding dat wipte
tussen zijn benen en onder zijn gat
ra ra wat is dat ?
oplossing: zijn paard
Moeder een reuze rot
Pak 'm dan bij z'n strot
pak 'm bij z'n poten en
stop 'm in de suikerpot
Ik zal het zeggen
tegen mijn moeder
dat je 's avonds laat
in de Kalaverstraat
liep te wachten
kwart voor achten
op een jonge heilsoldaat.
Vier oude wijven
die konden elkaar niet krijgen
zij liepen allemaal even hard
ra ra wat is dat
oplossing: molenwieken

Alzo, dit waren dus enkele onschuldige kinderliedjes, maar de jeugd groeide al lerende op. Zodoende noemden wij een jong meisje na haar 16e jaar een bakvis, terwijl haar wulpse leeftijdgenote, welke het niet zo nauw nam, als mokkel alom bekend stond, een soort eretitel. De wat oudere jonge lieden waren ge-engageerd, wat wij op die leeftijd gekomen zijnde, gewoon verloofd noemden. (Is nu wel iets onbekends) Zo hadden wij, opgeschoten jongens een onbarmhartige uitdrukking voor een te slanke (jonge) vrouw: "Twee erwten op één plankie". Ook konden wij ons hardvochtig vermaken met een temperamentvolle buur(t)vrouw, welke tijdens de vele echtelijke "onenigheden", uit eigen vrije wil op staande voet gek kon worden met de gillende in alle staten zijnde mededeling: "Ik gooi me in de zenuwen" en dat dan ook deed. Als een (jonge) vrouw met de handschoen trouwde, hield dit in dat haar bruidegom b.v. in Ned.Oost-Indië werkzaam zijnde, zich ook aldaar ten stadhuize vervoegde voor hun (gescheiden) huwelijksplechtigheid. Dit zijn allemaal uitdrukkingen, welke heden ten dage onbekend zijn geworden, zoals ook de term Hittepetit voor een niet aan de man komend meisje, welke dit in haar manier van lopen tot uitdrukking bracht.

   
De grote welfbrug van 1754 over de Prinsengracht bij de Brouwersgracht.  ('t trappetje is er nu nog.)

Een heel bekend gezegde was:
Onder de brug bij tante Mie
Daar kun je schijten voor één spie
En als je dan geen spie betaalt
Word je door jouw stront gehaald.

Dit was n.l. een publiek stilletje......met enkele plee's, welke gelegenheid zich bevond in een afgesloten doorvaart van de grote welfbrug van 1754 over de Prinsengracht bij de Brouwersgracht. ('t trappetrje is er nu nog). Voor hen die dit niet kunnen weten was een spie een cent uit die tijd dat ook een halve cent en een plak of vierduitstuk, dus 21/2 cent nog waardevolle geldstukken waren en wij na het kopen van wat kattedrop van onze cent nog een halvie terugkregen.

Over die geld-waarde van toen spreekt wel het volgende rijmsel:

Arie bombarie
jouw neus staat krom
Bij één dubbeltje sigaren
krijg je nog een halvie weerom.
Sergeant ze gooien met stenen
Sergeant ze gooien met zand
ze gooien mijn kleine broertje
die tussen mijn benen hangt
Wat is er met Marieteje van de bakker toch gebeurd
Haar mantel zit vol verf en d'r bloesje is gescheurd
Wie heeft haar nu weer kwaad gedaan
zij kijkt, van schrik, de jongens niet meer aan
van Vroom en Dreesman kwam een kinderledikant
wat is daar met Marietje van de bakker aan de hand
Ze is nu met haar goede moeder meegegaan
ze zijn toen naat de Camperstraat gegaan.

In de Camperstraat was toen de Vroedvrouwenschool gevestigd.

Nog 't een en 't ander:

Op 1 April stuur je de gekken waar je wil.
1 April d'r zit een kikker in je bil
die er nooit meer uit wil.

Tegen een echte snotneus (zonder zakdoek):
Haal op je wekker, snot smaakt lekker.

Als iets erg goedkoop was kreeg je dat voor een bang gezicht of voor een scheet en drie knikkers.

Zo, ik ben door dit erg rommelige stuk heen. (in dubbele betekenis). U lezer, nu ook ?
Het is weer eens andere historische koek en dan heb ik het nog netjes gehouden.....

 

Terug.