

1928 het T-Fordje als taxi met olielampje opzij.
Doordat op mijn tafel bovenstaande afbeelding
neerdwarrelde, vond ik het leuk deze te plaatsen en er eens een artikeltje aan
te wijden.

Bovenstaande afbeelding dateert uit 1927 en toont Ome Henk Degen als (jeugdig)
privé-chauffeur, erg trots voor zijn glanzende Nash staand, welke wagen als
luxe-verhuurauto met chauffeur in die jaren een bekende verschijning was.
Oud buurtbewoners herinneren zich vast wel het Luxe verhuurbedrijf van Van der
Ploeg, welke zijn garage op de 2e Kostverlorenkade 23 had. (bij de Wiegbrug). De
Nash heeft zowel voor als achter ovale platen, voorzien van het Amsterdamse
Stadswapen met de drie kruisen en het vergunningnummer, hier 2110A.
Deze wagen was wel voor het "grote" werk uitgerust, getuige de twee
grote en de twee kleinere koplampen als ook het draaibare zoeklicht
(schijnwerper). Bekijk ook maar eens de temperatuurmeter voor op de radiateur,
de richtingaanwijzers op de spatborden, de stadslicht-parkeerlampjes voor de
voorruit en de twee reserve banden, ter weersijden van de motorkap. EN het
chauffeursuniform !!
Maar aan alles komt een eind, zo ook aan deze vorm van luxe vervoer, want op 19 Augustus 1946 werd de "Gemeentelijke-Taxiverordening-1946" van kracht, waarbij de luxe-verhuur, algemeen bekend als"Garage-Taxi" voorgoed verdween, omdat toen alles BLOKBAND werd....
Ja, alles. Aan de chaos kwam een einde. Want van 1930 tot 1940, de crisisjaren, hebben wij van alles gekend. Gedurende een ware taxi-oorlog hadden de blokbanders het zwaar te verduren door de concurrentie van een legertje "snorders", die met "geelband" en "witband" elkaar het leven zuur maakten. Ook verscheen er nog een "Twee-tax", een erg kleine Opel, waarin maar net plaats was voor twee passagiers. De prijs van een stadsrit daalde zelfs tot ....40 cent ! Die fooi moest dan alles goedmaken (de merkbenzine kostte toen 14 cent per liter en merkloze 10 tot zelfs 8 cent per liter. Ik heb zelfs een poimp gekend voorzien van een bord waarop vermeld stond: "Voor elk aannemelijk bod."
Wat is er al niet geweest. De door accu's electrisch aangedreven ATAX, welke hetzelfde geluid als de tram maakte, omdat ook het afremmen door tegenstroom via de motor gebeurde, 30 KM/uur reed en waarop de chauffeur als een koetsier hoog (maar niet droog) op de bok zetelde. Wij hebben de onverwoestbare T-Ford-taxi's gekend (mijn leswagen). Een hele vloot Citroëns van de Bond van Werkende Taxihouders met BWT op de portieren, door ons vertaald tot BovenWaterTaxi. In 1909 begonnende ATAX's de "Aapjes" (paard en rijtuig) te verdringen en werden koetsiers chauffeurs.
Het vastgestelde tarief bedroeg toen: voor de eerste vijf kilometer of minder 75 cent, iedere kilometer meer 15 cent, zes minuten wachten 10 cent, nachttarief 15 cent extra. Daarbij vergeleken was zelfs de tram duur. "Goeie Ouwe Tijd" nou ja.....
