
Zimmer's vlampijpen gezien vanuit de
Korte Bleekersstraat, hoek Tolbrugstraat.
Toen mijn ouders in 1913 trouwden en een woning
zochten, vonden zij deze in de nieuwbouw aan de uiterste rand van de stad.
Aldaar, in de Tolbrugstraat, verzekerde huisbaas Zwier (van de panden 5, 7 en 9)
hun ter geruststelling en met nadruk dat de Zimmerfabriek eerdaags (!!) zou
verdwijnen en daarvoor in de plaats een plantsoen zou komen (ja, dus ruim een
halve eeuw later...)
In 1915 kwam ik kijken en mijn eerste bewuste blikken in de buitenwereld golden
toen die heerlijke dorpse Buurtschap "De Baarsjes" en....de
Zimmerfabriek...
Op die bewuste plek ben ik dus geboren en getogen zoals dat heet en gedurende
mijn eerste twaalf jaren dat ik daar woonde ben ik dus van het wel-en-wee dezer
fabriek getuige geweest en mocht ik ook het genoegen smaken heel wat keren op
dit terrein rondgesnuffeld te hebben. Tijdens dat "snuffelen" is mij
nooit een ergerlijke "rook-stank-en herrie" opgevallen. Integendeel,
voor een metaalverwerkend bedrijf van die jaren, was van deze hindernis vrijwel
geen sprake, wat ieder oud-omwonende bevestigen kan.
Rommelig was het daar wel, eerder prettig-rommelig, want aan het oorspronkelijke
hoofdgebouw werden uitbreidingen "nieuwe stijl" gebouwd, terwijl er
rondom gebouwtjes allerlei aard verrezen. Het ver in de Kostverlorenvaart
uitstrekkende terrein had een ongelijke brokkelige oever en de, met
reclame-affiches beplakte schutting kwam ook al niet in aanmerking voor de
monumentenzorg. Maar hoe dan ook, Zimmer had tegenover die "nieuwbouw"
toch wel iets vóór met zijn "eerstgeboorterecht". Tevens verdienden
heel wat buurtgenoten aldaar hun dagelijkse brood.
Die twee vuurspuwende en vonken uitspattende (vlam)pijpen stootten zoveel hitte
uit dat van echte rook en smook weinig sprake was. Deze "vulkanische"
uitbarstingen gaven ons buurtje een geheel eigen cachet, sfeer en stemming.
Vooral in de winterse namiddagen overheerste deze vuurgloed de armetierige
straatverlichting welke toen gaslicht was en door een lantaarn-aansteker
dagelijks bediend werd.
Aan de zure-regen had Zimmer géén deel noch aan giftige bodemverontreiniging.
Het heden diepzwarte water van de Kostverlorenvaart was toen zó helder, dat
hele scholen stekelbaarsjes tot op grote diepte gevolgd konden worden. Wij
jongens schepten deze weleens op, waarna deze visjes in een glazen jampotje met
leidingwater al vlug dood boven kwamen drijven. Ook ons geregelde spel op het
"dempie" en het geklieder met en in het grachtenwater hield ons
gezond.

"Toen Het Lied van de Arbeid hier nog
klonk."
De achterzijde van Zimmer, gezien vanaf de Baarsjesweg.
Nu ik dat zo vertel, hoor ik enkele oude
buurtbewoners al mompelen, die benauwde rotstank zich nog maar al te goed te
herinneren. Dáár hebben zij volkomen gelijk in, maar die bewuste walm hing in
die jaren over vrijwel de gehele stad en vele andere steden.
Want, na die beruchte "Beurskrach-van WallStreet-in-1919" volgde een
algehele wereld-crisis, welke ook tot gevolg had, dat diegenen welke tot die
periode veelal (Wales) anthraciet stookten, toen overgingen op het gebruik van
goedkopere soorten brandstof, welke niet "milieu-vriendelijk"
waren.... Dit was niet alleen cokes, want ik herinner mij nog heel goed de toen
steeds weer terugkerende roep van de vele straatventers; Eierkole en
brikettééé!! Dit was een soort bruinkolengruis, welke door middel van
een teersoort samengeperst was tot een "volksbrandstof", dat ook nog
warmte gaf.
Daarnaast had iedereen ook nog petroleum-stelletjes en
"blauwbranders". (Pétrolie, 3 cent per kan). Vele huizen hadden vier
tot vijf woonlagen, welke in die jaren vaak nog gesplitst waren in twee
gedeelten. Men woonde toen "voor of achter". Zowel in de huiskamer was
een schoorsteen voor de kolenkachel alsook in de keuken voor het fornuis
e.d. Daardoor stonden op elk dak vaak zo'n 16 tot 20 schoorsteenpijpen te
walmen, huis aan huis, overal. Was het dan ook nog heiig en windstil dan
vermengde die walmige rook met deze vochtige weersgesteldheid zich tot een
vervuilende wattendeken, welke "om-te-snijden-was."
Daaraan had Zimmer heus geen deel, want om metalen te kunnen gieten gebruikten
zij beslist wel iets anders dan "eierkole of brikettééé".