In gesprek met Mevrouw v.d. Wissel.           

We waren met de Havelaarkrant op bezoek bij een van de bekendste mensen van de Havelaar en ook welbekend in onze buurt: Mevrouw H.v.d. Wissel oftewel Tante Cor.
Mevrouw v.d. Wissel woont nu zo'n beetje 12 jaar in de Tolbrugstraat op no. 1 op het hoekje met de 2e Kostverlorenkade, tegenover het Zimmerterrein. Als het mooi weer is kunt U haar zien op een vouwstoel, al of niet met handwerkje, voor haar deur genietend van de zon.
Tante Cor is penningmeester van de klaverjasclub van de Havelaar. Zonder de huidige voorzitter, de heer Krommenhoek te kort te willen doen (want die doet het prima) is tante Cor toch wel zo'n beetje de spil van het geheel. Er gaat tenslotte heel wat om, al met al, en wie van de klaverjasclub herinnert zich niet de door haar verzorgde schitterende Paas- en Kerstpaketten.
In belangrijke mate door haar bemoeiingen heeft de klaverjasclub zich uitgebreid van zo'n 14 uit de begintijd tot 43 leden nu. Ze noemt het dan ook met trots "mijn klub" en merkt met tevredenheid op dat de leden naar "de Donderdagavond toe leven."
Ook wordt door haar het prijsklaverjassen in de Havelaar op Zondagmorgen georganiseerd. Ook met succes kunnen we wel zeggen. "Het staat nu even stil", aldus Tante Cor "maar de derde zondagmorgen in September beginnen we weer."

83 Jaar geleden werd Mevr.v.d.Wissel geboren in Beverwijk. Haar vader was hoofdonderwijzer. Maar ja, de kinderen waren toen net zulke lieverdjes als nu en mijn vader is daarmee opgehouden voordat ie er misschien een te hardhandig zou hebben aangepakt. Hij werd grondwerker/heier en we reisden van de ene plaats naar de andere. Na een jaar of vijf was hij weer hoofdsurveillant bij de gemeente. Hij was goed bij de tijd en sprak zijn  talen, tot Esperanto toe. Ze woonden toen al in Amsterdam. In de tijd dat mijn vader heier was hadden we het erg arm. Ik had een oom en tante die rijk waren. Zij waren van de Amsterdamsche Ballast Maatschappij van de Vilder. Die hebben mij toen in huis genomen, maar mijn moeder had zo'n heimwee naar mij dat ze me weer heeft teruggehaald. Ze kon het niet verkroppen.
Tante Cor ging op school in de Kraayenhofstraat bij de Rietlanden, bij de Veemarkt in de Czaar Peterbuurt. Daarna zijn we gegaan naar achter de slachtplaats achter de Crucqiusweg, Mijn vader werkte toen aan het dok als hoofdsurveillant. En dan kwamen op maandag de koeien en varkens op de markt en menigmaal ben ik in een lantaarnpaal moeten klimmen als er weer een losgebroken was. Je dorst er niet uit hé !


Slachtplaats in veemarkthallen.

Mijn schooltijd heb ik afgemaakt. Ik was hardstikke trots want ik was nr. 1 van de klas en je mocht dan een van de drie talen gratis leren en ik zou dan Engels leren. Maar ja, mijn moeder huilen: "ik had al zo lang gedacht dat je dienstmeisje werd, we hebben al niet zo veel." Nou moet je horen, ik werd dus maar dienstmeisje. Ik verdiende 1  gulden vijf en twintig per week en daarvan kreeg ik twaalfeneenhalve cent zakgeld, maar mijn moeder zei dan 's woensdags: "heb jij nog 12 cent voor melk" en dan hield ik nog maar een halve cent over. En als dienstmeisje ging je dan werken:je moest hebben 'n kort schortje voor de keuken, wit schort voor het bed opmaken, kant schortje voor de  deur open te doen, pantoffels die het zeil niet krasten en dan kreeg je bij je middageten een halve haring (de haring kostte toen 3 centen). Dan moest je werken, nou zo kunnen ze het niet meer  tegenwoordig, allemaal glimmende zeilen parketvloeren, gangen met marmoleum, koper poetsen, allemaal die leuningen weet je wej."
Op een gegeven moment heb ik kennis gekregen en ben ik getrouwd. Je wilt toch wel op jezelf zijn nietwaar? Mijn man voer. Kwam erg ongeregeld thuis. Drie schatten van kinderen heb ik gekregen.
Het arbeidsleven van tante Cor was daarmee niet geëindigd. Nog 26 jaar werkte ze aan de Gemeentelijke Wasserij. Daar had ze zo'n tweehonderd vrouwen onder zich. Na haar pensioen werkte ze nog tot haar 73
e in een café.
Tante Cor heeft gewoond in Beverwijk, Haarlem, Soest, in Amsterdam-Oost en in Bos en Lommer. Maar ondanks dat is er het kontakt met de Kinkerbuurt geweest. Hoe kwam dat eigenlijk ? Nou dat kwam zo: haar broer woonde in de Borgerstraat en omdat je man voer trok je er toch wel regelmatig op uit. Ze zat jaren bij enkele particuliere klaverjasclubs in de Kinkerbuurt, bij "Ons Genoegen", d.w.z.. bj Liss op de hoek Bellamystraat/ten Katestraat en bij "De Schinkel" oftewel bij Lo in de Nic.Beetsstraat.
Op een busreis naar Oostenrijk ontmoette ze Trees en Frits (Kick) Bottelier, die haar er 12 jaar geleden op wezen dat het benedenhuisje Tolbrugstraat 1 leeg zou komen. Daar is ze op afgegaan en kon er in gaan wonen. Haar kinderen knapten het huis op in een mum van tijd. "Schatten van kinderen heb ik",

Haar ervaringen met de Porte-Cabine waren niet altijd even leuk. Toen dan ook de Havelaar gebouwd werd dacht ze : "Als dat klaar is mag er van mijn part een bom op vallen." Maar toen het er stond en haar gevraagd werd de bejaarden uit de buurt ook over de drempel van de Havelaar te helpen, begon ze de Havelaar steeds leuker te vinden, leerde er aardige mensen kennen, kortom ze heeft het in de Havelaar best naar haar zin.
Nou en dat mag van mij best zo blijven, waarmee wij het gesprek met tante Cor afsluiten.

Terug.