

Zo heb ik op zo'n Zondag in de 20er
jaren een 1 Mei optocht aan mij voorbij zien trekken, welke de gehele breedte
van de Albert Cuypstraat in beslag nam en vele uren duurde. Enige indrukken van
deze enorme stoet weet ik nu nog.
Voorafgegaan door een zee van rode vlaggen en vaandels liepen daar de
top-functionarissen van de S.D.A.P. en haar federaties, waaronder de grijze
eminenties Wibaut en Ome Jan van Zutphen, direct gevolgd door het eerste
muziekkorps dat in furore de Socialistenmars speelde:
"Op Socialisten, sluit de rijen,
het rode vaandel volgen wij..." en dit werd door de mee-marcherende
deelnemers vol vuur meegezongen.

F.M. Wibaut door Jan
Sluyters.1932.
Ome Jan van Zutphen.
Maar doordat al vlug de klanken van een volgend korps te horen waren, welke de Internationale speelde, namen enige zangers deze melodie over, zodat de vreemde toestand ontstond, dat twee strijdliederen door elkaar gezongen werden, wat zich gedurende de gehele stoet steeds herhaalde, want elke afdeling of groep ging door een eigen korps vooraf (met hun vaandels en vlaggen) zoals de personeelsleden van het spoor, van de tram, van de posterijen enz.enz., allen gekleed in hun uniform.

Alle beroepen waren vertegenwoordigd, meestal ook
in hun bedrijfskleding, zoals de mijnwerkers met hun lampen e..d.
Ook een grote groep ateliermeisjes in hun witte jasschorten trok voorbij. Fier
droegen zij hun grote spandoek hoog boven zich uit waarop hun "eis":

Deze, toch wel vrolijke leus werd onderstreept
door het toen veel gezongen lied:
"Acht uren werken, acht uren rust,
acht uren vrij, vrij, dat willen wij."
Dit strijdlied was trouwens steeds weer te horen, want werkweken van zestig uur
waren in die jaren beslist geen zeldzaamheid.
Ook vele idealistische groeperingen liepen mee, zoals het bekende koor "De
Stem des Volks", de N.B.A.S. (Ned.Bond van Arbeiders Studenten), de
Handwerkers Vriendenkring, de Arbeiders Sportbond, leden van 't NIVON, de
Natuurvrienden en zeker niet op de allerlaatste plaats de jeugdgroepen van de
Rode Valken en de A.J.C. (Arbeiders Jeugd Centrale). Deze waren beslist wel het
visitekaartje van de S.D.A.P.
Goed gedisciplineerd en vlot gekleed, vooraf gegaan door hun eigen muziek
van trommels, fluiten, mandolines en gitaren trokken zij door stad en land,
zingende:
"Wij zijn de jonge garde van 't proletariaat."
Uit der dagen grauwe zorgen,
treên wij voorwaarts met den tijd.
Onze .Jeugd behoort de morgen,
groeiend uit de Eeuwigheid.
Eeuwigheid en de Tijd,
zullen beetre dagen brengen.
Wij zijn jong, de aard'ligt open,
Lokt en roept met sterk geluid,
Ons verlangen en ons hopen,
drijven ons de huizen uit.
Makkers, laat het hoofd niet hangen
Kijk maar in de zonneschijn.
Er op uit met sterk verlangen.
Wij zijn jong en dat is fijn.
Broeders, verheft U ter Vrijheid
Broeders, omhoog naar het Licht
Stralend op duister verleden
Staat nu de Toekomst gericht.
Wie Uwer DAT onze jeugd van TOEN heeft horen zingen begrijpt dat daaraan geen enkel woord meer toe te voegen is.